Afgelopen week stond Rotterdam in het teken van het Dutch Electronic Art Festival, en terwijl de tentoonstellingen nog even doorgaan, zijn wij weer overeind gekrabbeld na een fantastische vrijdagavond. Samen met DEAF en REWIRE stond Eclectro garant voor een avond vol spannende elektronica. We blikken terug op de artiesten die de grootste indruk maakten, en dat alles onder het genot van de set die onze eigen Eclectro DJ’s draaiden.
Torus
Met een hipster-verantwoorde muts en een klein batterij apparatuur bijt Torus het spits af van de grote zaal van de Worm. Vanuit de mathematisch-futuristische molecuul waarin hij optreedt spuugt de jonge producer en finalist van de Grote Prijs van Zuid-Holland zijn hiphopgebaseerde beats het publiek in.

Dat klinkt indrukwekkend, maar dat ligt ook aan het erg goede geluid dat de Worm heeft neergezet. Daarnaast zit Torus qua bpm wat hoger dan op zijn studiowerk. Toch mist zijn set wat grote pieken en dalen, waardoor na een tijdje zijn geluid wat gaat vervelen. Aan het eind draait hij ook nog een klein bataljon hits, waardoor het nogal willekeurig wordt. Het publiek deert dat gelukkig weinig. Zo wordt Rustie’s ‘City Star’ met gejuich ontvangen. Gelukkig voor Torus kapt de geluidsman hem strak om kwart voor 1 af (Kangding Ray staat namelijk al opgesteld), waardoor het niets langer duurt dan nodig is. – tekst door Inge en Triptan
Filosofische Stilte
Het gonst vanavond in de Worm als Filosofische Stilte aan zijn set begint. Aan mijn linkerzijde zegt een labeleigenaar dat dit dé artiest van 2012 wordt, terwijl ter rechterzijde de jonge Hagenees geroemd wordt om zijn nog altijd groeiende producties. Zelf sta ik met een grote glimlach te bewegen op de beats & bleeps die Luuk Graham in de foyer laat horen aan hooguit 20 man. Wat hij uit zijn minuscule sampler haalt klinkt sequence na sequence meer dan overtuigend en blijft intrigeren. Scheurende 8bit arpeggio’s, zoemende baslijnen, stuiterende beats: het palet blijft verschuiven, terwijl Filosofische Stilte er wat schuchter bij staat te heupwiegen. Achteraf had hij zonder problemen in de grote zaal kunnen staan als opwarmer voor Kuedo, want vanavond was hij zonder twijfel de beste en meest verrassende act. Met concurrentie van Ital Tek, Kangding Ray en Kuedo is dat een erg, erg, erg indrukwekkende score. – tekst door Inge

Kangding Ray
Terwijl Kuedo binnen inmiddels met zijn set is begonnen sta ik buiten in de milde Rotterdamse nacht. Naast mij staat David Letellier, oftewel Kanding Ray, met in de ene hand een sigaret en in de andere een flesje pils. We praten over de praktijk van het toeren. David vertelt dat hij met de trein van Berlijn naar Rotterdam is gekomen. De enkele keer dat een treinreis mogelijk is neemt hij die graag, want hij heeft een hekel aan vliegvelden.
David heeft enige moeite met de vraag wat hij het leukst vind aan toeren, maar levert uiteindelijk het poëtische antwoord ‘het zien van de donkere kant van de wereld’. Ik vraag hem of hij last heeft van de eenzaamheid, want ik weet dat veel artiesten in het elektronica wereldje vaak in hun eentje naar gigs reizen. ‘Soms,’ begint hij, maar we worden onderbroken door twee van zijn vrienden die hem in een barrage van Franstaligheid gedag komen zeggen. Toch niet zo eenzaam dus.

‘Op welk album ben je het meest trots?’ vraag ik wanneer de Fransen zijn verdwenen. ‘Mijn volgende,’ antwoordt hij lachend. Als een hoopvol kind vraag ik of er dan een nieuw album aankomt. ‘Nee, op het moment werk ik aan een EP,’ zegt hij. Uit zichzelf gaat hij verder met een serieuzer antwoord: ‘Automne Fold is mijn meest persoonlijke album. Daar zit veel van mijzelf in. Maar OR is het album dat ik echt wilde maken. Voor een volgend album heb ik nog geen ideeën. Ik moet goed overwegen welke kant ik op wil gaan met mijn muziek.’
‘Ik heb gehoord dat je wel eens “raster-notons popster” wordt genoemd.’
‘Klopt. Toen mijn eerste album daar uit kwam was ik eigenlijk de enige die veel met melodie deed. Maar tegenwoordig is die bijnaam niet zo toepasselijk meer. Het label is veranderd en er zijn nu wel meer melodieuze releases.’
Het sigaretje is inmiddels opgerookt en David vraagt of we naar Kuedo zullen gaan kijken. ‘Ben je een fan van Jamie?’ vraag ik terwijl we naar binnen lopen. ‘Zeker, ik vind hem een briljante artiest. Met zijn werk in Vex’d heb ik persoonlijk het meest. Degenerate was een belangrijk album voor mij.’ – tekst door Mark
Kuedo
Als Kangding Ray zijn laatste geluiden uit zijn apparatuur tovert, maakt Jamie Teasdale zich op voor zijn set. De Fransman laat zijn collega achter met een vaag ambientloopje; iets waar de Engelsman wel raad mee weet. Langzaam trekt hij het publiek in zijn wereld. Vorig jaar bracht hij zijn eerste LP (Severant) uit als Kuedo, waarvan de meeste tracks in versterkte vorm in een uur tijd voorbij komen. Helaas wordt de sfeer die het album creëert maar gedeeltelijk live geëvenaard. Gelukkig zorgen herkenbare tracks zoals Scissors, Salt Lake Cuts, Ascension Phase en Ant City dat het publiek zich prima vermaakt. Op de sci-fi beats van Severant wordt dan ook genoeg bewogen, gedanst en zowaar gesprongen.
Na afloop sprak ik Teasdale nog even. Hij was vermoeid, maar wilde nog wel even praten. De set was redelijk verlopen, hoewel hij er graag visuals bij had gehad. Dan was de ervaring sterker geweest, zo vertelt hij.
Verder vraag ik hem naar zijn nieuwe werk. Volgende maand komt er een nieuwe single uit (Work, Live & Sleep In Collapsing Space). Hij reageert: ‘ik was met dat nummer bezig terwijl ik Severant maakte, maar het paste niet op het album. Het is agressiever, directer. Severant is afstandelijker.’ De single sluit als het ware deze fase af. Verder laat hij weten wel al met nieuw werk bezig te zijn, maar niks clubby. Geen trap, geen footwork. Ik luister niet eens naar club genres op het moment, vertelt hij. Hij vervolgt: ‘Ik realiseer mij dat Severant een sterke ritmische basis heeft, maar tot nu toe heb ik nog geen enkel nummer met drums gemaakt. Ik wil meer met sound design doen.’ Ik vraag hem of dat betekent dat hij overgaat op soundscapes van 30 minuten. Hij lacht: ‘ik heb wel zoiets, maar ik betwijfel het.’ – tekst door Triptan
Eclectro DJ’s
De heren ST-F, Rubber Legged Lukas en Starborough draaiden de laatste uren in de foyer, en waren deze uurtjes net iets te laat voor je, dan kan je het hier op je gemak terugluisteren!