TodaysArt 2013: een witte vrijdagavond

jackson-and-his-computerband-header

Het is even slikken als we vol verwachtingen het Spuiplein oplopen, mentaal voorbereid op imposante installaties, hemeltergende laserkanonnen, obscure bands en kolkende mensenmassa’s. Want op het Spuiplein, daar is helemaal niets. Ja, vier skaters op een bank en wat flanerende bejaarden, maar niet het parallelle universum dat TodaysArt normaal aanbiedt. 

Foto’s: Wilbert Baan (bekijk hier de hele set)

Als we wat verder lopen, blijkt al snel dat de organisatie de moedige keuze heeft gemaakt om te verkassen naar het gebied tussen de achterkant van het Atrium en de voorkant van het voormalige ministerie van Binnenlandse Zaken. Het blijft niettemin een veel kleiner gebied dat TodaysArt dit jaar claimt, zéker in vergelijking met een jaar of vijf geleden toen echt heel de binnenstad het domein van dit festival was.

Ach ja. De crisis. Dit jaar dus geen highbrow-locaties als Theater aan het Spui en de Dr Anton Philips-zaal, maar twee kersverse clubs in het voormalige ministerie en het goede oude stadhuis. Bovendien staat er een batterij topnamen geprogrammeerd. Ook mooi.

De avond start in de Sphaerae, een Harry Potter-achtige zwarte tent die van binnen een stuk groter blijkt te zijn. We zien daar iets met water op het koepeldak, met daaronder de onvermijdelijke noise die kunstenaars verplicht vinden om onder visuals te plaatsen. In de inleiding wordt duidelijk dat Paul Prudence, de artiest in kwestie niet kon komen, en dat we dus naar wat werk op band gaan kijken. Of zoiets. Hartstikke leuk hoor, kijken naar het dak van een koepeltent en daar hypnotiserende zwart-witbeelden op zien, maar ook even iets anders dan – zeg – de bizarre visuals van Ryoichi Kurokawa die we vorig jaar zagen.

Sphaerae

Sphaerae

Op naar het Atrium dus, waar AtomTM staat. De Duitser kijkt als vanouds naar zijn twee laptops als de strengste schoolleraar die je ooit hebt gehad. Des te schattiger is het daarom als hij af en toe stiekem heupwiegt of meezingt op zijn werk. Daar heeft hij alle reden toe, want de beste man zou zomaar het recalcitrante neefje van Kraftwerk kunnen zijn. Keiharde electrobeats en snerpende vocoders worden via uitstekend zaalgeluid op het aanwezige publiek (95% man, sweater, baard, bril, onbeweeglijk) afgevuurd, ondersteund door retro’er-dan-retro-visuals. Een beetje hoe de toekomst er in de jaren 80 uitzag, zeg maar. AtomTM doet jammer genoeg niet aan duidelijke thema’s, waardoor na een tijdje alles meer van hetzelfde wordt.

AtomTM

AtomTM

Maar dat is nog niets vergeleken met wat Diamond Version in petto heeft, en dan vooral doordat ene Atsuhiro Ito het optreden opvrolijkt met – jawel – een tl-buis. Ito heeft de buis in een gemodificeerde armatuur zitten, en gebruikt deze om geluid via een sensor te bewerken. Deze postmoderne thereminspeler speelt alsof zijn leven er vanaf hangt en ziet er door het tl-licht en zijn hoodie bovendien uit als Lord Palpatine, dus visueel zit het helemaal goed. Muzikaal is het daarentegen vooral een gimmick. De tl-buis-noise kent namelijk weinig variatie, waardoor je na een nummer of drie toch maar weer bier gaat halen. En nog eens. En nog eens. En, vooruit, doe er maar twee. Geef dat meisje daar ook wat. Hoe heet je, zeg je? Echt waar joh?

Diamond Version & Atsuhiro Ito

Diamond Version & Atsuhiro Ito

Afijn. Na het optreden rennen alle tl-buis-adepten naar voren, aangezien Atsuhiro Ito tekst en uitleg geeft over hoe zijn armatuur werkt. Mannen en techniek: het blijft een hit.

Laat dat nou net een observatie zijn die ook Jackson and His Computerband enige tijd geleden gedaan heeft. De Fransman heeft tijdens zijn acht jaar radiostilte niet alleen een uitstekend nieuw album gemaakt, maar ook een uitermate imposante bak steampunkcontrollers. Een set gouden panelen als een kunstmatige zon, een typemachine in een pisbak (?), glazen draaiknoppen op een Thunderbirds-controlepaneel, een hand aan een kabel om breaks met noise mee op te vullen (echt hoor): Jackson is één grote showcase van hoe mensen in de jaren zeventig dachten dat de toekomst eruit zou zien.

Jackson and his Computerband

Jackson and his Computerband

Prachtig dus, en zijn langspeler Glow kent ook vrijwel alleen maar hoogtepunten. Maar ja. Dan krijg je door dat Jacksons apparaten geen instrumenten zijn, maar gewoon een bijzonder knap in elkaar gezette mengtafel. In het ergste geval is het pure show (iets wat meerdere mensen in de zaal vermoeden), in het beste geval kan hij met al die knoppen wat geluiden filteren en activeren (wat later zo blijkt te zijn). Het blijft niettemin een mp3 van een uur waar Jackson wat hihats in modificeert en wat samples filtert, en het voelt dus een beetje als poppenkast. Erg mooie poppenkast, dat wel, maar nog altijd poppenkast.

Jackson and his Computerband & de poppenspeler

Jackson and his Computerband & de poppenspeler

En dat is misschien ook wel een beetje de rode draad van de programmering in het Atrium: allemaal klinische witte jongens die klinische elektronica in een klinisch-witte plek spelen. Goed geluid, mooie acts, veel te zien, maar op een gegeven moment willen we ook gewoon dansen op dikke muziek, en daar leent dit zich niet echt voor.

Gelukkig zijn er nog altijd de twee clubs in het ministerie van Binnenlandse Zaken, en laat daar nou net Clark gestart zijn. De plek zelf is al een belevenis an sich: twee omgebouwde verdiepingen waar alles misplaatst voelt, omdat je weet dat het een imposant overheidsorgaan was. Een geweldige keuze van de organisatie dus. Clark doet ook goed werk met zijn batterij synthesizers, en knalt er knoeperharde techno en idm uit. Maar ook hier blijft het een beetje hangen in het gevoel van kunst. De gekke plek, de abstracte muziek, de vele hoodie-mannen: echt, écht los gaat het niet. Dat hoort misschien ook wel bij een kunstfestival als TodaysArt, maar tijdens eerdere edities zorgden locaties als het Paard van Troje, de Asta, het Spuiplein en kroegen waar gedraaid werd ervoor dat je ook uit de hoornen-brillen-bubbel kon stappen. We missen ze.

Clark

Clark

15 gedachten over “TodaysArt 2013: een witte vrijdagavond

  1. spoof

    Herkenbaar, alle artsy fartsy stuff is prachtig maar meest memorabel van TA was toch echt Unit Moebius in club 7 en de delsin avond in ik weet niet meer hoe ie heet maar wel n fijne kroeg..

    1. Inge Janse Bericht auteur

      Ik dacht dat het meest memorabel de avond was waarop Joost, jij en ik bij een metalband onder een coffeeshop waren? Maar inderdaad, ik kan me ook nog de avond met Baz Reznik in een kroeg op dat plein herinneren die erg tof was, of de tenten op Spuiplein met de IFM-dj’s.

  2. Joost

    Was UM niet in de Kleine Zaal van t Paard? Die kroeg heet geloof ik Rootz..

    Mooie review weer van Inge trouwens, vind ze vaak leuker dan de festivals zelf.

  3. Spoof

    Neuh, club7 was t, en t was geweldig, en niet ik t minst door de lokatie, 3 etages, fijne club! Ik denk dat Renier dat wel kan onderschrijven.
    En idd was Rootz de Kroeg waar Delsin stond met n heel fijn setje van conforce.
    Lekker beeldend stukje inderdaad, 1e rij werk zo. Stond op TA ook niet dat bandje vorig jaar dat zelf de tent afbrak Inge?

  4. Inge Janse Bericht auteur

    PS Sterreporter Triptan zou de zaterdag verslaan, maar de beste jongen werd verhinderd door ziekte. In de wandelgangen hoorde ik dat de zaterdag interessanter was. Iemand die geweest is en daar meer over kan vertellen?

  5. Eric Lake

    Goed geschreven en bevestigt mijn vermoeden dat ik echt veel te lang gewacht heb met naar Today’s Art te gaan. Ik heb me zeker vermaakt maar had achteraf toch het gevoel dat er meer mogelijk was. Als antwoord op jouw vraag Inge heb ik: Ryoji Ikeda! Ik ben geen schrijver en weet even niet het nederlandse woord maar in 1 (Engels) woord dan; Immersive.
    ..hoewel het ook wel veel deed denken aan Alva Noto/Carsten Nicolai van tien jaar terug.

    1. Inge Janse Bericht auteur

      Ha, bedankt! Ja, je had er inderdaad enkele jaren geleden bij moeten zijn. Indrukwekkende edities waren dat!

      Ikeda is inderdaad immersive, maar inderdaad ook vaak een herhaling van a: vroeger en b: collega’s. Je moet wel een ferme expert zijn wil je het verschil horen / zien tussen al die Raster Noton-mannen. Ik zou wel eens een test willen doen waarbij zogeheten connaisseurs een optreden moeten bekijken en vervolgens moeten bepalen van wie het was 🙂

Laat een antwoord achter aan René Passet (@Passetti) Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *