Het is dit jaar 25 jaar geleden dat dance zijn intrede deed in Nederland. Eclectro gaat daarom alle jaren af en bespreekt de rest van dit jaar elke week een roemruchte gebeurtenis. Deze keer schrijven we 2001. Trance heeft al voet aan de grond gekregen in Nederland en een lichting eigen producers is in ontwikkeling. Ik noem een Armin, een Ferry en natuurlijk Tijs Verwest, artiestennaam Tiësto. In 2001 debuteert Tiësto met z’n eerste album In My Memory.
Het is 2001 en ik ben 13 jaar. Ik heb muziek pas enkele jaren eerder ontdekt en dan met name rockmuziek. Toch is er van een drempel naar trancemuziek geen sprake, want dankzij DJ Jean en Darude ben ik al geïntroduceerd in het genre. Het is hartje zomer en trance is niet weg te slaan uit de top 40 – ooit was er een periode dat ik daarop lette.
De bekendheid van DJ Tiësto begint met Flight 643, de eerste single van In My Memory. Het nummer is verkort voor het grote publiek, maar met vrienden die langskomen beluisteren we de lange versie. Dag in, dag uit komt de kenmerkende trancebeat voorbij. Er is ook geen groepsdruk nodig om DJ Tiësto goed te vinden, iedereen loopt weg met de Brabantse DJ.
…en daar gaan we!
Het succes is voor mijn puberale zelf niet beter te verklaren dan ‘dit is echt vet’, maar terugkijkend wordt er wel wat duidelijk als ik kijk naar het muzieklandschap van toen. Zoals gezegd: trance heerste al enkele jaren naast de popgroepen. Tiësto was al bezig met zijn In Search of Sunrise serie waar zijn remix van Delirium’s Silence een bekend product van is. Als hij dan in 2001 met zijn debuutplaat komt lijkt de tijd rijp om te oogsten. Door verkorte versies van Flight 643, Suburban Train en Lethal Industry te maken worden de ‘vetste’ stukken makkelijk consumeerbaar voor de massa.
Check dat TMF logo nog in uw rechterbovenhoek, wat vliegt de tijd. Kijken we nog tv eigenlijk?
Letterlijk alles wat Tiësto aanraakt verandert in goud en zijn platen worden grijsgedraaid door TMF (The Music Factory – red.) dat in die dagen voorzag in de muziekbehoefte van een grote groep opgroeiende tieners. De jaren zijn goed voor de Brabander, zo wordt hij de eerstvolgende drie jaar (2002-2004) op een rij door het Britse DJ Magazine uitgeroepen tot “beste DJ van het jaar”.
Om het verhaal compleet te maken: het ijkpunt van Tiësto’s wereldwijde roem lag in 2004, hij nam de soundtrack voor de Olympische Spelen in Athene onder de titel Parade of the Olympians voor z’n rekening en zijn tweede album Just Be kwam uit. En met betrekking tot Just Be is de Amerikaanse technoproducer Sean Deason het vermelden waard.
Zoek de verschillen: we beginnen met Psykofuk en eindigen met Traffic.
Een sample van het origineel uit 1996 was ook gelicentieerd bij Deason, maar deze bekende dat er meer dan een stukje was gebruikt. Die puike melodielijn van Traffic is geleend van Sean Deason’s Psykofuk. Tiësto heeft deze in een prettig geluid gewikkeld en een nieuwe hit was geboren. Op een soortgelijke manier heeft hij ervoor gezegd dat Adagio for Strings van Samuel Barber geconsumeerd kon worden door de massa. Zijn bewerking van het klassieke nummer is van zodanig niveau waardoor ik bij het horen van het origineel de trancebeat nog automatisch meedroom.
De rest is zoals dat heet geschiedenis. Pas dit jaar kwam Tiësto voor het eerst sinds jaren buiten de top 3 van DJ Magazine terecht, maar ontving hij wel de Legend Award van de Britten.
Ik heb een zwak voor de beste man. ‘Live at Innercity’ is nog altijd één van mijn allerfavorietste trance cd’s en ook de Magik serie blijft een briljantje. Hij heeft ook veel grenzen doorbroken voor andere dj’s (stadionconcerten, populairste dj). Daarnaast zie ik echter ook nog altijd dat optreden in Barend en Van Dorp voor me waar een stotterende Tijs weinig potten kan breken. Bijna zielig was dat.
Ja, ik heb ook een zwak voor hem. Hoewel ik mij afvraag of dat ook niet geheel doorweven is met melancholie.
Wat betreft B&vD: Sommige producers moeten gewoon hun muziek laten spreken.
Pingback: 25 jaar dance: 2002 Hardstyle en de A20 | Eclectro