Tag archieven: Bassnectar

Skrillex: miskend genie of overhypte joker?

“Ik probeer niet eens ‘dubstep’ te maken. Het is gewoon een ander tempo en ritme waar ik mee werk, aangezien het mensen uit hun dak laat gaan.” Dat zei Skrillex vorig jaar tegen The Guardian in het toepasselijk getitelde artikel Is Skrillex the most hated man in dubstep? Toch weet de Amerikaanse producer de gemoederen binnen en buiten de elektronica bezig te houden. Vormt zijn extreme geluid slechts een lege huls, of schuilt er juist een genie onder de oppervlakte? Eclectro gaat op onderzoek uit.

Zoals het een nieuw, populair genre betaamt is dubstep enkele jaren na zijn geboorte uiteengesplitst in evenveel substromingen als luisteraars. De meeste extreme en bediscussieerde variant daarin vormt ongetwijfeld brostep, waarin – geïnspireerd door Britse extremisten als Caspa en Rusko – Amerikaanse producers als Bassnectar en 12th Planet alle registers opentrekken om met zo veel mogelijk zaagtanden en distortion het leven van de luisteraar zuur te maken.

Daar maken normaliter alleen euforische 16-jarige hipsters en de puristen op dubstepforum.com zich druk over, totdat Sonny John Moore zich ermee bemoeide. Sinds de voormalige emo- en hardcorezanger zich onder de naam Skrillex in deze arena besloot te wagen is dubstep – of, beter gezegd,  zijn interpretatie hiervan  – pas écht voer voor festivals en populaire radiozenders geworden. Moore was namelijk slim genoeg om de extremiteiten van dubstep te vermengen met trance uit de koker van Deadmau5, het geheel in pakkende pop- en rockstructuren te gieten, en er voor de dansvloer Tiesto-waardige epiek en breaks aan toe te voegen. Resident Advisor wist november 2010 de ep Scary monsters and and nice sprites nog met dikke onvoldoende af te serveren, maar inmiddels wijst zelfs de BBC, bepaald niet bang van een elitaire levensvisie, Skrillex aan als één van de artiesten die het geluid van 2012 gaan bepalen.

Qua impact is Skrillex voor dubstep wat Pendulum voor de drum ’n bass en The Prodigy voor breakbeat was: de ultieme exploitatie van genre, en daarmee het startschot voor het begin van het einde zoals we de stroming kenden. Het omslagpunt is in alle gevallen het moment dat de act kiest voor een meer rock- en festivalgeoriënteerd geluid, waarbij de kassa rinkelt en de fans van het eerste uur huilen. Het grote verschil tussen The Prodigy en Pendulum enerzijds en Skrillex anderzijds is alleen dat de eerste twee jarenlang golden als innovatoren en grensverleggers, terwijl de laatste überhaupt nooit true is geweest. Als er iemand makkelijk te haten valt, dan is het daardoor Skrillex wel.

Ook in Nederland is Skrillex’ ster rijzende. Na Paradiso en Lowlands Bravo tot de nok toe gevuld te hebben, mag hij 28 april proberen de Heineken Music Hall uit te verkopen. Dat betekent dat zelfs de serieuze dancepers eraan moet geloven. Zo gooit DJ Broadcast-hoofdredacteur Job de Wit met gevaar voor eigen leven de ultieme knuppel in het hoenderhok van de elektronische rigoristen. In zijn recensie van Bangarang, de nieuwe ep van Skrillex, breekt hij namelijk een lans voor zijn werk. “In plaats van een respectloze filistijn die een a-muzikale bak apocalyptische herrie omkiepert, betoont Skrillex zich eerder als een eenentwintigste eeuwse Fatboy Slim,” betoogt De Wit, “iemand die uit jarenzestigrock, jarenzeventigreggae, jarentachtigfunk, jarennegentighouse en jarennulelectro de elementen die hij tof vindt plukt, en die als een gekke professor zo weet te programmeren dat de jeugd aan zijn voeten ligt.”

Daarnaast durft KindaMuzik-hoofdredacteur Martijn ter Haar het in zijn vooruitblik op 2012 aan om – zij het omfloerst – zachtjes op de loftrompet te blazen voor de androgyne semi-cybernerd met het dubieuze kapsel. “Terwijl puristen zullen zich huilend in een hoekje terugtrekken hun Benga-vinyl tegen de borst gedrukt, gaat de massa massaal uit zijn dak en vinden rock- en dancefans elkaar voor het eerst sinds de hoogtijdagen van big beat weer samen.”

De waarheid ligt, zoals wel vaker, in het midden. Aan de ene kant bieden zijn kroonjuwelen, ‘Equinox’ en ‘Scary Monsters and Nice Sprites’, meer energie en commercieel vernuft dan het gros van de elektronische scene de afgelopen jaren aan de dag heeft gelegd. Zelfs als je van zijn muziek gruwelt, zul je toch moeten toegeven dat het erg, érg slim in elkaar zit. Daar kan menig middelmatig producer in door intelligentsia goedgekeurde genres nog heel wat van leren.

Aan de andere kant bevat Skrillex’ werk zo veel effectbejag en constante maximale oorlogsvoering dat het leuke er al snel vanaf is. Daarnaast, en dat is een veel belangrijker euvel, zijn veel van zijn platen veel en veel slechter dan bijvoorbeeld ‘Equinox’. Zo staat Bangarang stijf van de ongelofelijke missers, en dat geldt voor veel van zijn werk. Ook wat dat betreft loopt de ontwikkeling van Skrillex parallel aan die van Pendulum: doorbreken met werk dat erg goed was, om vervolgens af te glijden naar een dubieus festivalniveau.

Rest de vraag: wat is de waarde van Skrillex? Is hij door de puriteinen terecht afgeserveerd als overhypte joker, of is er sprake van een miskend genie dat – doelgericht of onbedoeld – eigenhandig en met goed recht een genre heeft opgeschud dat te veel in zichzelf was gekeerd? Om de parallel naar de drum ’n bass nogmaals te trekken: nadat het genre halverwege de jaren nul helemaal over de kop was geslagen, zorgde de daaruit volgende reanimatie door bijvoorbeeld dBridge en zijn Exit-label voor prachtige nieuwe hoogtepunten. Betekent Skrillex ook dat nieuwe genieën opstaan?