Vorige week was het feest voor mij. Binnen het bestek van een paar dagen kwamen er albums uit van drie artiesten die ik, min of meer, grijs gedraaid heb. Zo kwamen er albums uit van Machine Head, Steven Wilson (van Porcupine Tree), en, last but not least, Apparat. Zodoende heeft het ook eventjes geduurd voor ik alle albums een eerlijke kans heb kunnen geven. Afijn, hier mijn kijk op het nieuwe album van laatstgenoemde.
Het vorige album van Apparat, genaamd Walls, stamt al weer uit 2007, en het nummer Hailin from the edge staat nog steeds sterk in mijn lijst meest-gedraaide nummers. Ik mag dan ook van geluk spreken dat het nieuwe album The Devil’s Walk in veel opzichten de lijn van dit nummer doorzet. Met de stap van het (toen nog mede-eigendom van..) Shitkatapult label naar het langdraaiende Mute Records, lijkt Apparat zich wat meer van de dansvloer weg te bewegen. Op Walls waren de tracks, en dan met name Holdon, Fractales pt.1 en Arcadia, wat geschikter om op te dansen dan wat we nu voorgeschoteld krijgen. Beslist geen slechte ontwikkeling wat mij betreft, aangezien The Devil’s Walk bij de eerste keer al genoeg overtuigt.
De plaat begint met het nummer Sweet Unrest, een track die, wellicht zoals bedoeld, erg mooi de toon zet voor het album. Zwevende melodieën met overlappende vocale partijen die je hoogstwaarschijnlijk ten gehore krijgt op weg naar de hemelpoort. Net op het moment dat de esoterie bereikt is, zet de hypnotiserende baslijn van Song of Los in, voorzien van prachtige vocalen van Sascha Ring himself. Een erg sterk nummer, en wat mij betreft één van de hoogtepunten van het album. Black Water kwam hier al eerder voorbij, en vat mooi de hypnotiserende aspecten van de eerdere tracks samen. Persoonlijk hoogtepunt van het album is nummer vier, Goodbye, dat je met zijn repetitieve drums en heftig delays op de snaarinstrumenten het nummer in zuigt. Halverwege vallen donkere piano-akkoorden in, en komt er een stem voorbij die mij doet vergeten dat ik naar Apparat luister. Na een paar minuten realiseer ik me waar ik deze stem van ken, namelijk die van zangeres Anja Plaschg, ofwel Soap & Skin, die mij met haar debuutalbum vorig jaar erg heeft overtuigd. Een fantastische zet van Sascha om de duistere stem van Anja te gebruiken op dit album.
Het langzame en duistere maakt met Candil de la Calle plaats voor een iets opgetogener geluid. Het ritme wordt opgevoerd en er komt plaats voor extase. Met The Soft Voices Die en Escape zorgt dit voor een luchtig en melodieus midden van de plaat, dat hevig leunt op de prachtstem van Sascha. Ash/Black Veil zal voor de meesten geen onbekend nummer zijn, aangezien het de eerste was die bekend gemaakt werd en een tijd geleden al te downloaden was. Een uitstekend nummer, die nogmaals laat horen welke kant Apparat op is gegaan met zijn muziek. Ook zeker één van de hoogtepunten van deze plaat. A Bang in the Void doet het ietsje minder voor me. Melodieus wel mooi, maar niet genoeg om dit zes-minuten-durende nummer interessant te houden. De plaat wordt afgesloten met Your House is my World, en nu dit nummer ten einde komt hoop ik ten zeerste dat Apparat er deze keer geen vier jaar over heen laat gaan, al vind ik de plaat nog zo mooi.
Onverwacht goed nieuws uit Berlijn vanmiddag, want daar was eindelijk concrete informatie omtrent de nieuwe langspeler van Sascha Ring. Vier jaar na het sublieme Walls en twee jaar na de samenwerking met de heren van Modeselektor zal dit najaar het langverwachte album van Apparat verschijnen. Shitkatapult is inmiddels ingeruild voor Mute Records en volgens eigen zeggen zal er ook een ander geluid te horen zijn. Zo zal het nieuwe album meer een “band sound” hebben.