Kuedo (Jamie Teasdale) kennen we als de helft van het invloedrijke duo Vex’d. Jamie’s solocarrière leverde aanvankelijk een paar bonte dubstep platen op, maar het scherpe dubsteprandje vervaagde al snel en was op Kuedo’s recente Videowave EP vrijwel verdwenen. De EP werd door het label aangekondigd als “end of phase one” voor Kuedo. Het album Severant is de eerste belichaming van die zogenaamde nieuwe fase.
Severant heeft inderdaad weinig met dubstep te maken. Teasdale vloeit bekwaam van het ene fijne ritme in het andere zonder zich te beperken tot een genre. Zijn benadering van het thema escapisme blijkt bovenal weemoedig. Zelfs met de enkele up-tempo, glitchy ritmes blijven de mistige melodieën voor een melancholische sfeer zorgen.
Met het antieke geluid van synthesizers en drummachines klinkt het album zowel nostalgisch als futuristisch. Maar dan vooral dat Sovjet-futurisme van beton en kubistische kunst. Severant is daardoor misschien het beste onder woorden te brengen als een neerslachtige soundtrack voor Orwell’s dystopische wereld in 1984. De nostalgische sound gaat desondanks verbazend goed samen met Teasdale’s moderne muzikale invloeden, en door de moderne afwerking klinkt het niet te gedateerd. Al met al is Severant een sfeervol juweeltje, zeker het luisteren waard.
Severant is reeds uit bij Planet Mu. Kuedo is toevallig ook te bewonderen op Rewire dit weekend.
In zijn audiocolumn zegt Peter Bruyn het al: wat de eerste popplaat was waar synthesizers een prominente rol in speelden, is niet relevant. Wat wel relevant is, is het gebruik van de machines sindsdien. En hoe breng je dat in kaart? NMFM’s Lars Meijer heeft een selectie gemaakt van synthesizers tussen 1963 en 1988: van de moord op JFK tot de lancering van Prozac.
In 1967 brengt Nonesuch (Tony Allen, David Byrne) ‘Silver Apples of the Moon’ uit. Ondanks het feit dat electronische muziek nog niet volledig geaccepteerd werd, was het album een klein succes. Subotnick speelt hier op de Buchla 100 series, een creatie van Subotnick en Don Buchla. Naast zijn werk voor NASA, verrichtte Buchla ander belangrijk werk als raadgever en gids bij Ken Kesey’s zogenaamde acid tests, een serie psychedelische feestjes gehouden met gasten als Ringo Starr, Allen Ginsberg en Hunter S. Thompson.
In 1982 ontwikkelde Tadao Kikumoto in opdracht van Roland de TB-303. De 303 was bedoeld om, samen met de 606, als begeleidingsapparatuur te fungeren. De 303 klonk echter in de verste verte niet als een basgitaar, en werd beschouwd als een flop. Niet voor lang. Al snel kwam men erachter dat de machine best aardige geluiden kon produceren.
Één van de eersten die claimden op een ongewone manier gebruik te maken van de 303, was Phuture. Zij bracht in 1987 het nummer ‘Acid Tracks’ uit. Een jaar later was de 303 niet weg te denken uit de clubs – of zelfs uit de hitlijsten. Want hoewel in veel huishoudens 1988 het jaar was van Kylie Minogue (I Should Be So Lucky), Phil Collins (A Groovy Kind of Love), Whitney Houston en Enya, was 1988 op zolders, in clubs en tijdens nachtelijke expedities vooral het jaar van acid house. Manchesters Haçienda barstte uit zijn voegen, A Guy Called Gerald releasde ‘Voodoo Ray’ en S’Express gaf ook de hitlijsten een acid injectie met ‘Theme from S’Express’.
Is het onmogelijk ‘de synthesizer’ in kaart te brengen? Misschien. Maar hier alvast een ambitieus begin. Enjoy this trip!
01. intro
02. 1963: Delia Derbyshire, assisted by Dick Mills – Doctor Who (original theme) (van Doctor Who at the BBC Radiophonic Workshop)
03. 1966: Perrey & Kingsley – the little man from mars (van The In Sound From Way Out)
04. 1967: Morton Subotnick – silver apples of the moon (van Silver Apples of the Moon)
05. audio colum Peter Bruyn
06. 1969: White Noise – Black Mass (electric storm in hell) (van Electric Storm)
07. 1970: Peter Glushanok – In Memorian for My Friend Henry Saia (van Electronic Music 5 compilatie)
08. 1972: Wendy Carlos – Title music from A Clockwork Orange (van A Clockwork Orange)
09. 1974: Kraftwerk – Kometenmelodie 2 (van Autobahn)
10. 1975: Giorgio Moroder – Einzelganger (van Casablanca)
11. 1976: Vangelis – Albedo 0.39 (van Albedo 0.39)
12. 1978: Tomita – Star Wars main title (van Kosmos)
13. 1979: Gary Numan – Random (van The Pleasure Principle (30th anniversary expanded edition))
14. 1980: Klaus Schulze – The Looper Isn’t a Hooker (van Dig It)
15. 1981: Ryuichi Sakamoto – Relache (van Left Handed Dream)
16. 1982: Simple Minds – Soundtrack for Every Heaven (b-kant van Someone Somewhere in Summertime)
17. 1983: Tangerine Dream – No Man’s land (van Hyperborea)
18. 1984: Wang Chung – Wait (remix) (originele versie van Points On The Vurve)
19. 1985: Jan Hammer – One Way Out (van Miami Vice – the complete collection)
20. 1988: Jean-Michel Jarre – Industrial Revolution part 2 (van Revolutions)
21. outro
NMFM is een audiouitzending van het Nederlandse platenlabel Narrominded. De afleveringen zijn thematisch en richten zich op specifieke fenomenen in de muziek. In iedere aflevering is een gesproken column verwerkt die muziekjournalist Peter Bruyn op verzoek van Narrominded over het thema heeft geschreven.
De afgelopen jaren heeft Narrominded een indrukwekkende catalogus opgebouwd. Tot haar artiesten kan zij onder andere Nederlandse electronica acts Kettel, Legowelt, Spoelstra, Garçon Taupe en Hunter Complex rekenen. Maar de jongens van Narrominded hebben ook bewezen een goed oor te hebben voor luide gitaren en bijzondere ritmes. Dit heeft bijvoorbeeld geresulteerd in releases van Gone Bald, Katadreuffe en Fine China Superbone. Narrominded bruist, en is altijd verrassend, eerlijk en nieuw. Veel is gratis, alles de moeite waard.