Eind augustus schreef ik in mijn recensie van Zomby’s Dedication euforisch over ‘Natalia’s Song’, en vrijwel alle Eclectro-schrijvers plaatsten het album in hun top 10. Nu, 27.943 stemmen later, blijkt het nog waar te zijn ook: Zomby heeft Eclectro’s verkiezing van de dancetrack van het jaar gewonnen. Hij schaart zich daarmee in de eregalerij van de eerdere winnaars Burial (2010), Garçon Taupe (2009), Henrik Schwarz (2008), SuperMayer (2007) en Booka Shade (2006).
Andere populaire artiesten waren dit jaar voormalig Rotterdam-West-bewoner Martyn (‘Masks’), het unieke (en gezien het overlijden van de rapper ook eenmalige) samenwerkingsverband tussen Gil Scott-Heron en Jamie XX (‘NY is killing me’), de wederopstanding van de 2-step en garage door Julio Bashmore (‘Battle for middle you’) en het monsterverbond van Burial, Four Tet en Thom Yorke (‘Mirror’). Naast Martyn deden ook Nederlanders Inofaith, Noisia en Myrkur het uitstekend met een notering in de top 10, terwijl Don Diablo het hek mocht sluiten (bekijk hier de volledige top 50).
De verkiezing van 2011 kenmerkte zich door een korte stemperiode (12 dagen), een halvering van het aantal platen (50 ipv 100) én een onbedoelde ddos op kerstavond door aandacht op GeenStijl (waardoor er 2 dagen niet gestemd kon worden). Hierdoor werden er in de periode dat er wél gestemd kon worden bijna 3.000 stemmen per dag uitgebracht. Grote dank gaat hierbij naar onze hostingvrienden van Freshheads, die ons met gigabytes bandbreedte én technische ondersteuning bijstonden. Respect!
Als laatste: iedereen bedankt voor geven van plaatsuggesties, stemmen op de tracks, en promoten van de widget op Twitter, Facebook en eigen websites. De voltallige redactie van Eclectro wenst je alle goeds voor 2012, met minimaal evenveel mooie platen als het vorige jaar!
De beste muziekvideo’s van het afgelopen jaar heb ik ook dit jaar weer in lange mix gestopt. Het zijn niet alleen electronische tracks. De video is bij dit project belangrijker dan de muziek.
Nieuw dit jaar is dat ik ook beelden van belangrijk nieuws in de mix heb verwerkt. Het geeft volgens mij de mix nog meer het gevoel van 2011 mee.
4. Electro Guzzi stond bij Todays Art op het podium van het Paard en maakte indruk door een ongekende analoge strakheid, de drummer leek wel een metronoom, techno voor een rockbandopstelling, niet van echt te onderscheiden.
5. Ben Sims produceerde voor het eerst in zijn lange muziekcarriere een technoalbum, Smoke & Mirrors, dat alles herbergt wat je van een spannend album in dit genre mag verwachten en eigenlijk meer. Sims blijkt een bekwaam en hier en daar virtuoos artiest.
Kopen
6. Boris Conforce leverde enkele maanden geleden de prachtige vinyldubbelaar Escapism af. Boris maakt soulvolle diepe techno en wordt inmiddels vrijwel overal ter wereld gezien en gehoord. Ook al zou hij dat soms niet zeggen aan zn afrekeningen van BS zoals wel eens op FB te lezen valt…Kopen dus…. Conforce – Shadows Of The Invisible by Delsin Records
7. xxxy Ordinairy Things, fijnste niemendalletje van 2011. Beste commentaar op YT: i like the part where she says ordinary things
8. Begin dit jaar stond santpoortse Rik alias Myrkur, die zulke heldere glasachtige dubstep maakt, in een nagenoeg lege kleine zaal van Patronaat Haarlem een quasi priveset voor me te draaien. Het leven van een opwarmdj is niet echt verheffend maar het was een prima optreden dat veel meer aandacht had verdiend. Lees ook dit artikel nog even
Kopen doe je hier…
9. Zomby – Dedication, eclectro’s favoriete album, onnodig verder uit te wijden. Lees vooral ook de top 10 lijstjes van Joost en Inge.
10. Exact 25 jaar geleden alweer zag ik ze live in de Jaap Eden in Amsterdam, samen met Run DMC. Ongelooflijk dat de witte puberende middleclass rebellenclub uit Brooklyn, Beastie Boys, die toch echt al in 1986 een klassiek hoogtepunt kende met Licence to Ill, nog steeds bestaat. Hoewel ze schijnbaar tussentijds vele muzikale zijpaden hebben bewandeld is de kracht van BB nog steeds het protest tegen de gevestigde orde. Dat is een prestatie op zichzelf. Lets make some noise…
Hoewel Eclectro vooral van nullen en enen houdt, legt de redactie tijdens de openingsavond van State X – New Forms in Den Haag haar oor juist te luister bij 2 analoge acts. Zo bouwt Goslink, het alter ego van Harm Goslink Kuiper, zijn eigen gitaren, banjo’s en violen voor alt country met een kleinkunstenaarstwist. Samen met zijn violiste annex achtergrondzangeres presenteert hij in de kleine zaal van het Paard van Troje melancholische blues van zijn debuutalbum Stil Leven op Excelsior. De muziek en samenzang zijn mooi, de tekstuele vondsten zijn knap, maar soms is het net té kleinkunstenarig met de gemompelde verhalen tussendoor en de soms wat geforceerd aandoende Spinvis-rijmelarij.
Nee, dan Die Anarchistische Abendunterhaltung (DAAU voor vrienden). Het Belgische viertal presenteert nieuw, nog naamloos werk, en dat klinkt prachtig. De combinatie van klarinet, accordeon, viool en cello biedt meer breedte en diepte dan Tiesto die zijn studio opentrekt, terwijl de gevonden melodieën bijna zonder uitzondering weergaloos mooi zijn. Het enige dat mist is wat ongeschuurd oppervlak, iets waar DAAU zich vroeger juist wel vaak op begaf. Soms klinkt het daarom net iets te glad, waardoor de aandacht verslapt. Laat dat de pret niet drukken: het publiek is laaiend enthousiast, en gelijk hebben ze. Van DAAU kan menig elektronicaproducer nog véél leren.
Zaterdag 10 december
Waren DAAU en Goslink al vreemde eenden in de Eclectro-bijt, dan is Carceri de olifant tussen de vissen. Gelukkig zijn we van alle markten thuis, en doen we net alsof deze Delfse deathmetalband gewoon een elektronica-act is die in 330live optreedt. Zo doet mc Cees de Vlieger bij vlagen denken aan de Spaceape, alleen dan na 6 liter chocolademelk, een vrij ernstige longontsteking, en een weekend zware shag roken & asbestplaten zagen. Rogier ‘Rave’ van Kleef, die normaal zijn baslijnen uit de 303 trekt, hanteert vanavond een futuristisch instrument met snaren om zijn subsonische geweld de zaal in te gooien, terwijl Ivar Useinov mannen als Technical Itch en Milanese ver achter zit laat met zijn snoeiharde riffs op de gitaar. Beatsveteraan Josha Nuis (‘boek nu Nuis / voor klappen als een huis’) pakt het tijdens State X wel héél radicaal aan. Via een ingenieuze constructie weet hij zijn drumcomputer (een 909, wordt er gefluisterd in de zaal) met handen en voeten aan te sturen, waarbij vooral de bassdrum en de crash overuren maken. De tempowisselingen van Carceri doen denken aan het wereldkampioenschap tussen Bogdan Raczynski en Autechre, en melodisch weten we zonder problemen een vrolijk deuntje mee te fluiten. Jammer genoeg blijft een Skrillex-waardige pit achterwege, terwijl de stemmig in het zwart geklede liefhebbers toch echt een reputatie hoog te houden hebben. Afijn. Dat Carceri, dat gaat nog groot worden op Warp. Mark our words.
Eenmaal terug in het Paard van Troje zijn we net op tijd voor het Glenn Branca Ensemble. Branca, min of meer geestelijk vader van Sonic Youth en grootgebruiker van noise, biedt als dirigent van 4 gitaristen, 1 bassist en 1 drummer minimal music voor mensen die ondertussen wel ongelofelijk veel geluid willen horen. Of, anders gezegd: postrock voor mensen die er slechts voor de climaxen zitten. De geluidsman draagt zijn steentje bij door de sadisme-preset onder het stof vandaan te halen, waardoor een lokale iPhone-applicatie op een memorabel moment 140 (!) dB meet. Die combinatie van volume en constante muzikale agressiviteit weet de bezoekers – 40+, man, kaal, spijkerbroek, liefhebber op het pathologische af, volslagen willekeurig met het hoofd meebewegend – te roeren, waardoor voor ons zelfs een vechtpartij ontstaat tussen 2 mannen, later gevolgd door een handgemeen tussen man en vrouw. Koester het of haat het: het Glenn Branca Ensemble weet wel een unieke snaar te raken.
Blijkbaar wil Yuri Landman niet onder doen voor Branca, want hij staat op het podium van de kleine zaal met een 15-koppig orkest. Dat oogt niet alleen als een schoolreisje van de kunstacademie, maar zo klinkt het ook. Het zijn allemaal intrigerende instrumenten uit eigen werkschuur, maar compositioneel is het nietszeggend. Daar komt pas verandering in als het collectief een cover van David Bowieeen door Glenn Branca geïnspireerd nummer inzet en daarbij geholpen wordt door Half Japanese-voorman Jad Fair met een spoken word-bijdrage. Deze minutenlang uitgesponnen, bezwerende combinatie van herhalende melodieën, drums en woorden weet in tegenstelling tot de rest van het optreden wél te beklijven.
En dan, eindelijk: elektronica! Kevin Martin (The Bug) heeft zijn grootste mengpaneel uit het voorraadhok laten halen en de hulp ingeroepen van zangeres Kiki Hitomi en gitarist/zanger Roger Robinson. Daarnaast weet de rookmachine, het officieuze vierde bandlid, een rookgordijn neer te leggen waar de Amerikanen in Irak trots op waren geweest. Het resultaat, King Midas Sound, doet op papier iets heel tofs, maar dat komt live niet uit de verf. De geluidsman kiest er blijkbaar voor om de instellingen van het Glenn Branca Ensemble lekker te laten staan, en daarnaast gooit Martin zijn eigen masterfader ook nog verder omhoog. Het resultaat is dat drietal harder aankomt dan de Hulk met drilboor. De eerder op de avond aangeschafte oordoppen zijn dan ook geen overbodige luxe, plus dat het halen van drinken bijna onmogelijk is omdat de glazen constant van de bar af trillen. Al met al zorgt het optreden bij de Eclectro-redactie voor verdeeldheid. Aan de ene kant doet het collega Triptan denken aan zijn avond supersonisch blazen met Matta en Niveau Zero eerder dit jaar. Aan de andere kant durft Inge met geen mogelijkheid te zeggen hoe het optreden was, terwijl hij het van begin tot eind heeft gezien. Ook knap.
Gelukkig komt alles goed, want Mary Anne Hobbs maakt haar opwachting. Dat moet wel een uur dik nieuw werk van Burial en Zomby worden, gedraaid door een knappe, blonde vrouw, toch? Toch? Nee. Dat is het niet. Hobbs draait namelijk vierkante techno die ze slechts sporadisch onderbreekt voor een 2-step- of dubstepritme. Zelfs de techno die ze draait is weinig verheffend: geen slimme Claro Intelecto-eske diepte, maar veelal anonieme platen met hier en daar gewoon vulgaire platte meuk. Mary Anne Hobbs blijkt daarnaast een uitstekende photoshopper in de gelederen te hebben, want de relatie tussen haar persfoto’s en de realiteit is beperkt. Is dan niets meer echt in deze wereld?
Tot slot heeft de organisatie ook nog SBTRKT weten te strikken voor een set. Aangespoord door collega Joost besluit collega Triptan om te blijven, terwijl Inge, Joost en Franek het nachtnet van de NS verkennen. Ook SBTRKT moet het moederziel alleen stellen zonder zijn vaste hulp Sampha. De set begint hoopvol met de ‘Lotus Flower’-remix die ervoor zorgt dat het publiek springend laat zien nog genoeg energie over te hebben. Toch bouwt de gemaskerde Brit verder op gevoel in plaats van beweging. Hoewel de muziek goed is, is het tempo ver te zoeken. Dat is even wennen, want na het dansbare geluid van King Midas Sound en Mary Anne Hobbs is er ineens kalmte. De dansende menigte stagneert dan ook snel of slowt wat verder. Gelukkig is dit slechts een fase, waarna de Londenaar de beat de ruimte geeft om de dansvloer in beweging te zetten. Niet veel later strompelt ook de laatste Eclectro-redacteur de zaal uit.
Afsluitend
State X – New Forms 2011 is een beetje verwarrend dit jaar. Waar we vorig jaar nog gewoon in 1 weekend veel moois zagen, daar is de programmering nu uitgesmeerd over 10 dagen. Dat betekent niet alleen dat het een dure grap wordt als je veel wilt zien, maar ook dat er per avond relatief weinig te zien is. Vorig jaar liepen we vrolijk heen en weer tussen 3 podia, en nu is er eigenlijk maar 1 programmering te volgen. Ook is het ticketsysteem afschrikwekkend: je betaalt per dagdeel per locatie, waardoor je niet gewoon een avond lang probleemloos nieuwe geluiden kunt uitproberen, maar bewuste keuzes moet maken. Dat euvel lijkt zich ook te manifesteren in de bezoekersaantallen, want erg druk is het nergens. Wat bovendien een nadeel is voor de festivalbezoeker die liever geen nacht overslaat (we worden oud – red), is dat alle elektronica naar het diepst van de nacht is verschoven, ongeacht of het dansbaar is of niet. Collega Joost hief de armen ten hemel en jeremieerde: “SBTRKT en King Midas zijn bepaald geen kets-lam-pil-erin-en-gaan-muziek. Waarom treden ze dan in het holst van de nacht op?”
Ons advies: dik het festival in, maak het mogelijk om dagkaarten te kopen, let niet op de aard maar op het karakter van de muziek voor de programmering, en ontsla de geluidsman van het Paard van Troje zorg ervoor dat het publiek beschermd wordt voor sonische oorlogsvoering. De namen die er staan zijn namelijk erg interessant, maar de vorm maakt het lastig om hier optimaal van te genieten.
December 2011 – deel 4 alweer in Southern Depot’s jaarlijkse Ambient serie. Een paar tracks zijn van producers die soms uit hun eigen keuken stappen en op bezoek gaan bij andere stijlen. Consequence, ASC en Machinedrum bijvoorbeeld. Er komt zelfs een (kort) nummer van de Steve Miller Band langs uit de jaren ’70. Southern Depot’s favorieten Biosphere en Future Sound of London zijn in ieder geval van de partij. Samen maken ze er een erg… euh, tja, relaxed feestje van. Zweef lekker weg, of kom dichter bij je speakers zitten om alle details in je op te nemen.
Als de Albert Heijn pepernoten in de schappen mag leggen, mag Eclectro beginnen met het terugkijken op het jaar 2011. Eén van de dingen die ons opviel? De grote hoeveelheid aan toffe techno-langspelers. Van oudgedienden als Jeff Mills en Surgeon tot nieuwkomers als Perc en Mike Dehnert: opeens verschenen er een hoop frisse langspeelplaten in een genre dat Eclectro bijna had opgegeven. Want behalve een mooie retro plaat hier, een Basic Channel variatie daar en de verrichtingen van de Berghain-crew, kwamen er in de tweede helft van de nix-ties weinig bijzondere technoalbums op ons pad. Tot in 2011 een blik vol toffe langspelers open ging.
De favorieten van Eclectro op een rij:
Robert Hood – Omega: Alive (M-Plant)
Hood gooit alle registers open op deze live-plaat die helemaal geen live-plaat is, maar een studio-uitvoering van ’s mans live-set. Dwingend maar swingend futurisme op hoog tempo. Hood helpt je met “minimal, minimal” herinneren hoe het genre dat deels gebaseerd werd op zijn oudere werk, ook kan klinken: spannende, funky machinemuziek die geen flauwe delay-breaks nodig heeft om je in extase te brengen.
Favoriet van: Vincent, Joost
Perc – Wicker & Steel (Perc Trax)
Onder de naam Perc levert Alistair “Ali” Wells met dit album een waar stukje vakwerk af. De beklemmende sfeer die Perc op Wicker & Steel creëert met de alsmaar voortstuwende beats, overstuurde percussie en het troosteloze industriële gebrom doet je naar adem snakken. Het doet denken aan Ben Klock’s geweldige langspeler One, maar Perc gaat nog een stapje verder en levert een nog sinister klinkende plaat af.
Favoriet van: Vincent, Triptan
Cosmin TRG – Simulat (50 Weapons)
Wij kregen TRG voor het eerst in het vizier door zijn bijdrage aan de Soul Jazz verzamelaar Steppa’s Delight. De Roemeen liet de dubstep voor wat het was en bewoog zich richting techno. Op zijn debuutplaat blijkt dat dit een verstandige keuze was: de garage-achtige swing blijft, maar is toegepast in een stoere Berghain-sound. Het resultaat: next level techno van de bovenste plank.
Favoriet van: Vincent, Triptan, Daan en Joost
Surgeon – Breaking The Frame (Dynamic Tension Records)
De terugkeer van Brits wonderkind Anthony Childs, die inmiddels ouder en wijzer, maar zeker niet minder dwars is. Van de hier genoemde albums bevat Breaking The Frame het meeste experiment. Surgeon maakt een stoere techno-plaat voor IDM-nerds: vooral de Monolake op steroïden-techno van Radiance en The Power Of Doubt zijn niet te versmaden.
Favoriet van: Joost
Mike Dehnert – Framework (Delsin)
Een afwisselende, zeer Europees klinkend album voor de vloer, dat eenvoudig overeind blijft op de koptelefoon. Dehnert put uit vele vaatjes (Tresor rave-stabs, Force-Inc. tech-house, Redshape-dreiging, Slater-drones) en maakt er een heerlijk geheel van. Hoe een album met relatief monotone techno toch bijzonder levend en afwisselend kan zijn, vakwerk inderdaad!
Favoriet van: Vincent, Joost
Sandwell District – Feed Forward (Sandwell District)
Achter Sandwell District gaan vier producers schuil: David Sumner (Function), Juan Mendez (Silent Servant), Karl O’Connor (Regis) en Peter Sutton (Female). Hun sound is ongepolijst, complex en hypnotiserend. Galmende beats en ruisende hoge frequenties vergezellen de hints naar old-school techno. Op Feed-Forward hoor je dat vertrouwde geluid terug met misschien af en toe wat meer adempauze. Een aanrader voor liefhebbers van onvervalste techno!
Favoriet van: Renier, Vincent
Agoria – Impermanence (Infiné)
Sebastian Devaud is een producer met diversiteit; Impermanence begint in de ambient sfeer en haalt verder invloeden uit pop, minimal en house. Wees niet verbaast als je een eenzame trompet hoort richting het einde. Devaud houdt het album dynamisch, wat de luisterervaring ten goede komt. Impermanence boeit, maar zal zich echt openbaren na meerdere luisterbeurten.
Favoriet van: Triptan
Jeff Mills – The Power / 2087 (Axis)
Vaste waarde Mills heeft, na te lang te hebben geteerd op The Bells, zijn blik weer op de toekomst gericht en bracht dit jaar twee (!) langspelers uit waarop hij laat zien in topvorm te zijn. Detroit-techno op zijn Mills doet het zonder flauwe meezingmelodietjes of ander hap-slik-weg-plezier. Een concept, een basdrum, spaced out melodiën en dreigende strings zijn vaste waarden in het unieke universum van deze grondlegger. Verplichte kost!
Favoriet van: Joost
Welke top-techno albums mis jij in dit lijstje? Hoe zou het komen dat er opeens zoveel leuke albums verschijnen? Of kwamen er de afgelopen jaren wél spannende albums uit, maar zaten wij gewoon niet op te letten? We horen het graag in de comments!
Met Eclectro-held Tim Exile (die naast een optreden ook een workshop geeft), de klassieke Aphex Twin-coverband Lunapark en dubstepmoordenaar Bar 9 zijn de eerste namen van het Urban Explorers-festival erg hoopgevend. Ook de eerste namen van choreografen die stedelijke expedities opzetten zijn bekend. Het UE-circus van concerten, expedities en installaties vindt dit jaar van 17 tot 19 juni plaats in en rondom de binnenstad van Dordrecht. Eclectro is als vanouds voor, tijdens en na het festival nauw betrokken.
Goed nieuws ten tijde van de crisis: er is een beperkt aantal early bird-tickets, waarbij je voor de helft van de prijs een passe-partout kunt kopen. Prijsbewuste bezoekers die voor €20 hun slag willen slaan, moeten dan wel voor 3 april afrekenen.
Het leeuwendeel van de muziekprogrammering ligt dit jaar in handen van Janneke Baken en Gareth de Wijk. Speciaal voor Eclectro vertelt Wilbertjan Vlot, voormalig hoofdprogrammeur die stiekem toch nog een avond meepakt, hoe zijn deel van de programmering tot stand is gekomen:
“Na 5 jaar als hoofdprogrammeur voor het Urban Explorers-festival gewerkt te hebben, vond ik het tijd om te stoppen. Artistiek gezien kijk ik terug op een aantal zeer geslaagde optredens, met als hoogtepunt in 2010 de optredens van Daau en Greg Haines. Met het relatief kleine budget van het festival geloof ik ook zeker dat ik in deze periode iets opgebouwd heb wat de sfeer en beeld van het festival bepaald heeft. Niettemin is het goed als er andere visies en ingangen komen.
Een deel van UE wilde ik wel blijven doen, en wel het deel waar [F]luister kenmerkend in is (en het liefst bijzondere samenwerkingen). Dit jaar doet er zich zo’n mogelijkheid voor met Lunapark, een zeer veelzijdig modern klassiek ensemble uit Nederland. Naast werk van contemporaine componisten (Brian Eno, David Lang) en eigen werk speelde het ook met uiteenlopende artiesten als Michael Nymann en Stuart A Staples. Lunapark is kortom niet gevangen binnen het klassieke genre.
Interessanter voor mij zijn de composities die ze gemaakt hebben van Aphex Twins werk, want hoe vertaal je computermuziek naar een ensemble van 9 personen? Lunapark-oprichters Arnold Marinissen en Anthony Fiumara hebben zich tot doel gesteld om elke maand met een nieuwe vertaling van Aphex Twin te komen.
Daarnaast wil ik heel graag Lunaparks veelzijdigheid en open houding richting andere genres volledig benutten. Ik heb het ensemble daarom gevraagd samen te werken met 2 artiesten: Puzzle Muteson en Dustin O’Halloran. Dit is zowel een uitdaging voor Lunapark en deze gasten als voor mij als organisator.
Muteson is een singer-songwriter in de stijl van Nick Drake en met een mooie en kenmerkende stem. Wie een beetje thuis is in de stijl van Bedroom Community weet dat iedere plaat eigenlijk een samenwerking is van de artiesten op het label. Het album van Puzzle Muteson is daar ook een voorbeeld van. Zo zijn de arrangementen gemaakt door Nico Muhly. Lunapark was zelf ook meteen enthousiast over dit voorstel.
De tweede gastmuzikant, Dustin O’Halloran, is ook geen onbekende voor mij sinds zijn optreden op [F]luister. We hadden het toen ook al over een samenwerking met een klassiek ensemble. O’Halloran is een pianist in de stijl van Erik Satie. Zijn werk is lichtvoetig en dromerig, en de stiltes en leegtes lenen zich uitstekend om aangevuld te worden met strijkers. Dit blijkt ook uit Lumiere, zijn laatste album op Fat Cat. Aan deze plaat werkte veel mensen mee, waaronder Adam Wiltzie (Stars Of The Lid), Nils Frahm en Peter Broderick. Het album is een samensmelting van zeer getalenteerde mensen. Ik hoop dat zijn samenwerking met Lunapark uitmondt in een optreden dat dit geluid benadert.
Het wordt al met al een zeer speciaal en uniek project voor mij. Gelukkig zijn Puzzle Muteson, Dustin O’Halloran en Lunapark zeer enthousiast om aan de slag te gaan. Het kan dus een zeer gedenkwaardige zomeravond worden.”