Tag archieven: SBTRKT

De Top 10 van 2011 – Triptan


Wat gaat die tijd hard. Ik hoor mezelf begin december nog denken ‘wat is Roy er snel bij dit jaar’, maar de maand vloog voorbij. Ik kwam terecht in de ruime State X/New Forms week en daarna was de Kerst er alweer. Net zoals vorig jaar voelde ik me niet echt weggeblazen. Toegegeven Niveau Zero wist live rake klappen uit te delen, maar zijn album komt uit 2010. Achja, Siva Six kwam dit jaar wel met een aardig album, maar als dat het dan nog aflegt tegen Hocico’s dertien uit een dozijn live cd na vergelijking kan ik er nog één afstrepen. Weinig duistere geluiden dus, maar wat blijft er dan over? Een shortlist van albums waar ik van genoten heb.
Nog even dit: je kan klikken op de artiesten voor de discogs link en de titel van het album voor preview opties.

Zomby – Dedication
Dit is de CLM van 2011 oftewel Compulsory Listening Material. Niet mijn absolute favoriet van de lijst, maar zeker een zeer fijne plaat. De redenatie laat ik achterwegen, die hebben we bij Eclectro wel gegeven. Als je toch nog iets van argumentatie wil lezen, sla eens terug wat anderen zeiden: Inge, Joost, Vincent, het internet en Inge nog een keer.

 

Lucy – Wordplay for Working Bees
Toen ik Lucy voor het eerst hoorde, wist ik niet zeker wat ik er mee aan moest. Was het techno? Of IDM? Het antwoord is simpel, het is beide. Luca Mortellaro brengt een zeer sterk debuutalbum door de genres met elkaar te verweven. Daar blijft het niet bij, want hij gebruikt eenzelfde bombast als Andy Stott, waardoor het geluid soms gitzwart en stroperig aandoet. Dit is geen makkelijk album. Een tweede en derde luisterbeurt worden noodzakelijk gesteld om de muziek te doorgronden, maar de tijd die je erin steekt is het waard.
http://www.youtube.com/watch?v=DoQnHF9C5Zc

 

SBTRKT – SBTRKT
Techno zit mij niet in het bloed, maar het was nu eenmaal een goed jaar en zonder dat ik het besefte maakte het vele uren. Als één van meest door mij beluisterde producers kon de Brit met Afrikaans masker dan ook niet onbreken. Naast een keur aan fijne beats geeft SBTRKT ook anderen de mogelijkheid om de show te stelen. Zo werpt de samenwerking met Little Dragon zijn vruchten af door in menig top 50 lijstje te verschijnen en mogen we Sampha zeker niet vergeten die met zijn warme soul stem de kwaliteit toevoegt waar je bijzit.

 

Cosmin TRG – Simulat
Vanaf het eerste moment dat ik Cosmin TRG’s Separat/Izolat hoorde, wilde ik meer. De diepe techno van Cosmin Nicolae kwam dan ook beetje bij beetje meer bovendrijven totdat Simulat werd gereleaset. De Roemeen heeft zijn style over dik driekwartier weten te smeren en de mix van (dub) techno en garage is dan ook om van te smullen.

 

Stendeck – Scintilla
Stendeck is onbetwist bij mij. Speelt bijna altijd, tenzij hij ernstig geblesseerd is, je snapt het wel. De Italiaan heeft al een aardige staat van dienst en weet met labelmaatjes Access to Arasaka en Autoclav1.1 vaak de juiste snaar te raken bij mij. Na de eerste vier releases was ik dan ook benieuwd of Zampieri mijn aandacht er weer bij kon houden. Dat is gelukt, waar Stendeck vroeger vooral vanuit de donkere kieren op de zolder zijn ritmes, geluiden en verhalen liet komen, is daar nu wat licht aan toegevoegd. Alsof de ochtendglorie ook Stendeck niet onberoerd heeft gelaten. Sinds de recensie in april is het album een metgezel voor de nacht geworden.

 

Swarms – Old Raves End
Na de doorbraak via wat piratenzenders en miss Hobbs werd het trio praktisch de studio in gepusht om een volwaardige release uit te brengen. Het resultaat is een debuutalbum op het label van Clubroot. Dan kan je het aanzien komen: ambient, dubstep en een vleugje onheilspellend, maar in dit geval klinkt dat ook nog verfrissend. Een nummer uitlichten vind ik niet makkelijk, alle elf plakken ze wat aan elkaar. Toch kan ik Flikr of ur Eyes als goede inkomer wel noemen, het slimme Chapel dat Halo van Beyonce samplet en Time Lapse dat zo nachtelijk aandoet dat je pertinent tot middernacht wacht om hem te draaien. Old Raves End is een plaat met gevoel, diepte en ritme.
http://www.youtube.com/watch?v=IlVIrQb7Vk4

 

Daarnaast heb ik ook nog een viertal EPs zodat het getal 10 toch bereikt wordt.

Andy Stott – We Stay Together
Op mijn schaduwblog duisterling. had ik hier al artikel aangewijd dus ik houd het kort: fanastisch bombastisch.
Luisteren: Bad Wires

Fairmont – Velora
Van hypnotiserend naar dwingend dan subtiel en eindigen met mengeling van de drie. Een Canadees om in de gaten te houden.
Luisteren: Velora

Holy Other – With U
Kwam dit jaar voor het eerst met een EP die langer duurt dan de rust bij Ajax en wist op Rewire met dit materiaal te boeien.
Luisteren: Touch

Hudson Mohawke – Satin Panthers
De Schot heeft dit jaar twee EPs uitgebracht, Satin Panthers was de betere.
Luisteren: Thunder Bay

Tot slot, aangezien het gewoonte begint te worden dat ik op de laatste dag post, een goede jaarwisseling toegewenst.

De Top 10 van 2011 – Joost

1) ZOMBY – Dedication [4AD]

Dedication lijkt een kijkje in Zomby’s schetsboek: een aaneenschakeling van korte, plots afgebroken tracks, die samen het mooiste album van 2011 vormen. Syntharpeggio’s, geweerschoten, vrouwenstemmen en kartonnendozendrums vinden elkaar in een wonderschone wereld die altijd al bestaan moet hebben. Zomby zette dit jaar de deur voor je open..

2) OMAR-S – It Can Be Done But Only I Can Do It [FXHE]
http://www.youtube.com/watch?v=im-2KM8uoJI
Omar-S maakte zijn vierde en beste album tot nu toe. Hij jackt met stugge acidlijnen, voert trancey melodiën op, laat porno-sterren kreunen, zijn hiphopkant zien, speelt met dubtechno en pakt uit met piano-house. En met It Can Be Done But Only I Can Do It sleept hij daarbij ook de prijs voor Stoerste Albumtitel Van 2011 in de wacht.

3) SBTRKT – SBTRKT [Young Turks]

Het debuutalbum van SBTRKT, met een absolute glansrol voor zanger Sampha, klinkt als Massive Attack voor de 21ste eeuw: donker, droevig maar swingend en érg Brits.

4) ONEOHTRIX POINT NEVER – Replica [Software]
http://www.youtube.com/watch?v=hiwi7d0f91Y
Uit een natgeregend treinraam staren naar traag langsglijdend polderlandschap en mistroostig je hoofd schudden gaat extra lekker met Oneohtrix Point Never op je koptelefoon. Op Replica voegt Daniel Lapotin samples toe aan zijn synthesizer-klanktapijten. Het resultaat klinkt minder vrijblijvend dan zijn oudere werk. Echt moeilijk wordt het echter nergens. Wel zo prettig tijdens het staren.

5) JEFF MILLS – Fantastic Voyage [Axis]

Jeff Mills maakte een nieuwe soundtrack voor Fantastic Voyage, een sci-fi film uit 1966 over reizen door het lichaam. Van de drie (!) albums die Mills dit jaar uitbracht, is Fantastic Voyage het spannends: meer dan twee uur (ambient)techno van de hand van de meester.

6) LEGOWELT – The TEAC Life [Strange Life]
http://www.youtube.com/watch?v=UaD1T5EugaI
“Raw as fuck autistic Star Trek 1987- Misty Forests- X-FILES,- DETROIT unicorn futurism made on cheap ass digital & analog crap synthesizers recorded in a ragtag bedroom studio on a TEAC VHX cassettedeck in DOLBY C with an unintelligible yet soulfull vivacity.” BELIEVE!

7) SULLY – Carrier [Keysound]
http://www.youtube.com/watch?v=bSE7bF1i9r8
De combinatie van UK Bass, IDM en Footwork leverde dit jaar een paar mooie platen op. Kuedo was mij net te eenvormig, Machinedrum te volgeplamuurd om nog te swingen. Sully bewandelt de perfecte middenweg en laat genoeg ruimte in de tracks. Zo kan de bas zijn werk doen tussen melancholische melodieën, hyperactieve toms en opgepitchte samples.

8) TEVO HOWARD – Crystal Republic [Hour House Is Your Rush Records]
http://www.youtube.com/watch?v=PyJs3KmU1Ts
Tevo Howard’s Crystal Republic is een trip down memory lane voor de househead op leeftijd. Waan je in het Chicago van de jaren ’80, waar synthpopmelodiën, bubbelende acidlijnen, italo-basjes en Roland-toms samenkomen tot buitenaards mooie dansmuziek. Retro-as-fuck, maar onweerstaanbaar.

9) MIKE DEHNERT – Framework [Delsin]
http://www.youtube.com/watch?v=OLs8j-R1NZM
Duits vakwerk van Dehnert, die in een uur de hele technogeschiedenis langs laat denderen zonder voorspelbaar te klinken: van Force-Inc.-achtige techhouse tot Tresor-style ravestabs, met oog voor details, een goed oor voor melodie en twee benen stevig op de dansvloer.

10) DRAKE – Take Care [Young Money]

Is het hiphop, R&B of gewoon popmuziek? Drake rapt en zingt in 18 pakkende tracks over liefdesverdriet en zijn eigen succes, begeleidt door toffe, fris klinkende beats. Het was natuurlijk hipper geweest om hier één van de mixtapes van The Weekend neer te zetten, maar Drake’s tweede album is minder pathetisch, beter in balans en maakte meer rondjes in mijn speler dan House of Balloons.

State X – New Forms 2011: niets is wat het lijkt

Vrijdag 9 december

Hoewel Eclectro vooral van nullen en enen houdt, legt de redactie tijdens de openingsavond van State X – New Forms in Den Haag haar oor juist te luister bij 2 analoge acts. Zo bouwt Goslink, het alter ego van Harm Goslink Kuiper, zijn eigen gitaren, banjo’s en violen voor alt country met een kleinkunstenaarstwist. Samen met zijn violiste annex achtergrondzangeres presenteert hij in de kleine zaal van het Paard van Troje melancholische blues van zijn debuutalbum Stil Leven op Excelsior. De muziek en samenzang zijn mooi, de tekstuele vondsten zijn knap, maar soms is het net té kleinkunstenarig met de gemompelde verhalen tussendoor en de soms wat geforceerd aandoende Spinvis-rijmelarij.

Nee, dan Die Anarchistische Abendunterhaltung (DAAU voor vrienden). Het Belgische viertal presenteert nieuw, nog naamloos werk, en dat klinkt prachtig. De combinatie van klarinet, accordeon, viool en cello biedt meer breedte en diepte dan Tiesto die zijn studio opentrekt, terwijl de gevonden melodieën bijna zonder uitzondering weergaloos mooi zijn. Het enige dat mist is wat ongeschuurd oppervlak, iets waar DAAU zich vroeger juist wel vaak op begaf. Soms klinkt het daarom net iets te glad, waardoor de aandacht verslapt. Laat dat de pret niet drukken: het publiek is laaiend enthousiast, en gelijk hebben ze. Van DAAU kan menig elektronicaproducer nog véél leren.

Zaterdag 10 december

Waren DAAU en Goslink al vreemde eenden in de Eclectro-bijt, dan is Carceri de olifant tussen de vissen. Gelukkig zijn we van alle markten thuis, en doen we net alsof deze Delfse deathmetalband gewoon een elektronica-act is die in 330live optreedt. Zo doet mc Cees de Vlieger bij vlagen denken aan de Spaceape, alleen dan na 6 liter chocolademelk, een vrij ernstige longontsteking, en een weekend zware shag roken & asbestplaten zagen. Rogier ‘Rave’ van Kleef, die normaal zijn baslijnen uit de 303 trekt, hanteert vanavond een futuristisch instrument met snaren om zijn subsonische geweld de zaal in te gooien, terwijl Ivar Useinov mannen als Technical Itch en Milanese ver achter zit laat met zijn snoeiharde riffs op de gitaar. Beatsveteraan Josha Nuis (‘boek nu Nuis / voor klappen als een huis’) pakt het tijdens State X wel héél radicaal aan. Via een ingenieuze constructie weet hij zijn drumcomputer (een 909, wordt er gefluisterd in de zaal) met handen en voeten aan te sturen, waarbij vooral de bassdrum en de crash overuren maken. De tempowisselingen van Carceri doen denken aan het wereldkampioenschap tussen Bogdan Raczynski en Autechre, en melodisch weten we zonder problemen een vrolijk deuntje mee te fluiten. Jammer genoeg blijft een Skrillex-waardige pit achterwege, terwijl de stemmig in het zwart geklede liefhebbers toch echt een reputatie hoog te houden hebben. Afijn. Dat Carceri, dat gaat nog groot worden op Warp. Mark our words.

Eenmaal terug in het Paard van Troje zijn we net op tijd voor het Glenn Branca Ensemble. Branca, min of meer geestelijk vader van Sonic Youth en grootgebruiker van noise, biedt als dirigent van 4 gitaristen, 1 bassist en 1 drummer minimal music voor mensen die ondertussen wel ongelofelijk veel geluid willen horen. Of, anders gezegd: postrock voor mensen die er slechts voor de climaxen zitten. De geluidsman draagt zijn steentje bij door de sadisme-preset onder het stof vandaan te halen, waardoor een lokale iPhone-applicatie op een memorabel moment 140 (!) dB meet. Die combinatie van volume en constante muzikale agressiviteit weet de bezoekers – 40+, man, kaal, spijkerbroek, liefhebber op het pathologische af, volslagen willekeurig met het hoofd meebewegend – te roeren, waardoor voor ons zelfs een vechtpartij ontstaat tussen 2 mannen, later gevolgd door een handgemeen tussen man en vrouw. Koester het of haat het: het Glenn Branca Ensemble weet wel een unieke snaar te raken.

Blijkbaar wil Yuri Landman niet onder doen voor Branca, want hij staat op het podium van de kleine zaal met een 15-koppig orkest. Dat oogt niet alleen als een schoolreisje van de kunstacademie, maar zo klinkt het ook. Het zijn allemaal intrigerende instrumenten uit eigen werkschuur, maar compositioneel is het nietszeggend. Daar komt pas verandering in als het collectief een cover van David Bowie een door Glenn Branca geïnspireerd nummer inzet en daarbij geholpen wordt door Half Japanese-voorman Jad Fair met een spoken word-bijdrage. Deze minutenlang uitgesponnen, bezwerende combinatie van herhalende melodieën, drums en woorden weet in tegenstelling tot de rest van het optreden wél te beklijven.

En dan, eindelijk: elektronica! Kevin Martin (The Bug) heeft zijn grootste mengpaneel uit het voorraadhok laten halen en de hulp ingeroepen van zangeres Kiki Hitomi en gitarist/zanger Roger Robinson. Daarnaast weet de rookmachine, het officieuze vierde bandlid, een rookgordijn neer te leggen waar de Amerikanen in Irak trots op waren geweest. Het resultaat, King Midas Sound, doet op papier iets heel tofs, maar dat komt live niet uit de verf. De geluidsman kiest er blijkbaar voor om de instellingen van het Glenn Branca Ensemble lekker te laten staan, en daarnaast gooit Martin zijn eigen masterfader ook nog verder omhoog. Het resultaat is dat drietal harder aankomt dan de Hulk met drilboor. De eerder op de avond aangeschafte oordoppen zijn dan ook geen overbodige luxe, plus dat het halen van drinken bijna onmogelijk is omdat de glazen constant van de bar af trillen. Al met al zorgt het optreden bij de Eclectro-redactie voor verdeeldheid. Aan de ene kant doet het collega Triptan denken aan zijn avond supersonisch blazen met Matta en Niveau Zero eerder dit jaar. Aan de andere kant durft Inge met geen mogelijkheid te zeggen hoe het optreden was, terwijl hij het van begin tot eind heeft gezien. Ook knap.

Gelukkig komt alles goed, want Mary Anne Hobbs maakt haar opwachting. Dat moet wel een uur dik nieuw werk van Burial en Zomby worden, gedraaid door een knappe, blonde vrouw, toch? Toch? Nee. Dat is het niet. Hobbs draait namelijk vierkante techno die ze slechts sporadisch onderbreekt voor een 2-step- of dubstepritme. Zelfs de techno die ze draait is weinig verheffend: geen slimme Claro Intelecto-eske diepte, maar veelal anonieme platen met hier en daar gewoon vulgaire platte meuk. Mary Anne Hobbs blijkt daarnaast een uitstekende photoshopper in de gelederen te hebben, want de relatie tussen haar persfoto’s en de realiteit is beperkt. Is dan niets meer echt in deze wereld?

Tot slot heeft de organisatie ook nog SBTRKT weten te strikken voor een set. Aangespoord door collega Joost besluit collega Triptan om te blijven, terwijl Inge, Joost en Franek het nachtnet van de NS verkennen. Ook SBTRKT moet het moederziel alleen stellen zonder zijn vaste hulp Sampha. De set begint hoopvol met de ‘Lotus Flower’-remix die ervoor zorgt dat het publiek springend laat zien nog genoeg energie over te hebben. Toch bouwt de gemaskerde Brit verder op gevoel in plaats van beweging. Hoewel de muziek goed is, is het tempo ver te zoeken. Dat is even wennen, want na het dansbare geluid van King Midas Sound en Mary Anne Hobbs is er ineens kalmte. De dansende menigte stagneert dan ook snel of slowt wat verder. Gelukkig is dit slechts een fase, waarna de Londenaar de beat de ruimte geeft om de dansvloer in beweging te zetten. Niet veel later strompelt ook de laatste Eclectro-redacteur de zaal uit.

Afsluitend

State X – New Forms 2011 is een beetje verwarrend dit jaar. Waar we vorig jaar nog gewoon in 1 weekend veel moois zagen, daar is de programmering nu uitgesmeerd over 10 dagen. Dat betekent niet alleen dat het een dure grap wordt als je veel wilt zien, maar ook dat er per avond relatief weinig te zien is. Vorig jaar liepen we vrolijk heen en weer tussen 3 podia, en nu is er eigenlijk maar 1 programmering te volgen. Ook is het ticketsysteem afschrikwekkend: je betaalt per dagdeel per locatie, waardoor je niet gewoon een avond lang probleemloos nieuwe geluiden kunt uitproberen, maar bewuste keuzes moet maken. Dat euvel lijkt zich ook te manifesteren in de bezoekersaantallen, want erg druk is het nergens. Wat bovendien een nadeel is voor de festivalbezoeker die liever geen nacht overslaat (we worden oud – red), is dat alle elektronica naar het diepst van de nacht is verschoven, ongeacht of het dansbaar is of niet. Collega Joost hief de armen ten hemel en jeremieerde: “SBTRKT en King Midas zijn bepaald geen kets-lam-pil-erin-en-gaan-muziek. Waarom treden ze dan in het holst van de nacht op?”

Ons advies: dik het festival in, maak het mogelijk om dagkaarten te kopen, let niet op de aard maar op het karakter van de muziek voor de programmering, en ontsla de geluidsman van het Paard van Troje zorg ervoor dat het publiek beschermd wordt voor sonische oorlogsvoering. De namen die er staan zijn namelijk erg interessant, maar de vorm maakt het lastig om hier optimaal van te genieten.