Triphoppers Lamb zijn weer bij elkaar en brachten vorig jaar hun vijfde CD uit. De eerstvolgende single daarvan wordt Butterfly Effect en het leek Andy en Lou wel lollig om er een remix wedstrijd aan vast te hangen. Een grote hoeveelheid inzendingen was het gevolg, waaronder een remix van Subheim, die geen onbekende is op Eclectro. Zijn remix werd niet geselecteerd voor de release, maar Subheim was wel zo vriendelijk om de remix dan maar gratis via Soundcloud ter beschikking te stellen. Dat is goed nieuws, want de remix is eigenlijk beter dan het origineel. Subheim’s ambient interpretatie van Butterfly Effect kun je hier beluisteren en downloaden.
UPDATE: Soundcloud heeft zijn maximum aan downloads bijna bereikt, je kan de remix ook hier vinden.
Ja, daar zijn we weer! De prachttijd van sinterklaasgedichten, overheerlijke kerstdiners, vuurwerk en bovenal eindejaarslijstjes is aangebroken. Elk jaar is het weer een lastige afweging hoe ik mijn favo-platen van het jaar in een overzichtelijke top 10 ga gooien. Omdat ik, na het terugbrengen van longlist naar shortlist naar shorterlist nog veel te veel leuke platen overhield, heb ik besloten het eens anders te doen. Dit jaar krijg je van mij 10 paren aan platen, die onderling of erg vergelijkbaar waren, discussies opriepen, voor mij een vergelijkbare betekenis hadden of nou eenmaal een makkelijke gemene deler hadden. Vervolgens probeer ik per paar toe te lichten welke plaat ik het best, spannendst of meest verrassend vond! De paren onderling staan overigens in willekeurige volgorde.
1: Apparat vs. Floex
Apparat kwam dit jaar met de opvolger van het album Walls uit 2007; The Devil’s Walk. Eerder schreef ik al een lovende recensie over dit album, en persoonlijk bevalt de langzame switch van de dansvloer naar de meer band-georiënteerde nummers mij er goed. Kort na de release van The Devil’s Walk werd ik gewezen op het nieuwe album van Floex; Zorya. Floex, pseudoniem van Tomáš Dvořák, kende ik al van zijn werk voor het spel Machinarium, wat mij erg goed beviel. Op Zorya laat Floex horen dat complexe structuren en rijke instrumentaties erg licht verteerbaar gemaakt kunnen worden. Hoewel Apparat met nummers als Song of Los, Goodbye en Ash / Black Veil een steengoed album heeft neergezet, gaat de overwinning met minimale voorsprong naar Floex, voornamelijk om de verrassings-factor die deze plaat voor mij had.
2: Jamie Woon vs. James Blake
In het land der elektronica zijn op de albums van de heren Blake en Woon jarenlang met veel smart gewacht. Beide platen zijn met veel lof (en hier en daar toch ook een wat minder enthousiaste kanttekening) ontvangen, en me dunkt dat de heren beiden goed in de race staan voor Eclectro’s dancetrack van het jaar verkiezing. De keuze om deze twee platen onder dezelfde kop te schouwen is dan ook voornamelijk om bovenstaande, niet zo zeer dat de platen erg vergelijkbaar zouden zijn. Hoewel het album van James Blake een aantal zeer sterke nummers bevat zoals Unluck en I Never Learnt to Share, voelt het album een stuk minder aan als een complete plaat dan Jamie Woons Mirrorwriting. De cover Limit to Your Love, hoe goed hij het ook doet, begint na een aantal keer toch te vervelen, iets dat me bij de plaat van Jamie Woon nog moet gebeuren. De gehele plaat Mirrorwriting passeert bij mij nog wekelijks de revue en gaat met de hoogtepunten Night Air, Lady Luck en Gravity dan ook met de hoofdprijs naar huis.
3: Black Stone Cherry vs. Seether
We springen even van de hak op de tak met de overgang naar deze twee bands. Zowel Black Stone Cherry en Seether deden het dit jaar goed in de categorie Hard Rock / Southern Rock. Niet alleen dat deelde ze, ook qua keuze van albumtitel deden ze het net even anders. Zo behoren Black Stone Cherrys Between The Devil and The Deep Blue Sea en Seethers Holding Onto Strings Better Left To Fray tot de langste namen in dit lijstje (slechts overtroffen door Sleepingdog een eindje verderop in dit verhaal). Beide bands hadden een gruwel van een single op de plaat staan, White Trash Millionaire (Black Stone Cherry) en Country Song (Seether), echter doet Black Stone Cherry er een schepje bovenop door een plaat te maken die van voor tot achter knalt. Met persoonlijke favorieten Such A Shame, Like I Roll en Change, mag Black Stone Cherry de prijs voor beste hardrock plaat van 2011 in ontvangst nemen. De notable mention gaat naar Salivas Under Your Skin.
http://www.youtube.com/watch?v=lSEovw5-bbU&ob=av2e
4: Puzzle Muteson vs. Sleepingdog
Sleepingdog is al een aantal jaren een artiest die op de luie zondagavond de cd-speler in gaat. Haar album Polar Life uit 2008 doet het nog steeds erg goed, en ik was dan ook aangenaam verrast toen ik tegen de opvolger aanliep. Ook With Our Heads in the Clouds and Our Hearts in the Fields (die krijgt sowieso de prijs in de categorie ‘mag het ietsje meer zijn?’) verwacht ik vaak terug te vinden op de platenspeler als de slaap nadert. Puzzle Muteson leerde ik kennen toen we met Eclectro aanwezig waren op het Urban Explorers festival in Dordrecht dit jaar. Niet alleen is hij een groot feestbeest en was hij op elk concert te vinden het hele weekend, mooie muziek maken kan hij ook. Gewapend met een akoestische gitaar en een prachtstem wist hij samen met het Lunapark Ensemble erg indruk op mij te maken. Hoewel zijn plaat En Garde vol staat met prachtliedjes, waaronder I Was Once a Horse, En Garde en Medusa verwacht ik de plaat van Sleepingdog net iets vaker terug te gaan horen, al is het verschil zeer klein.
5: Lamb vs. Steven Wilson
Wellicht is deze combinatie van platen een vreemde eend in de bijt. Met 5 doorbrak Lamb een radiostilte van acht jaar, en wist meteen weer te overtuigen met een album vol heerlijke triphop, mooie vocale partijen en af en toe flink de beuk er in. Juist hierom heb ik deze plaat gekoppeld aan het nieuwe album van Steven Wilson; Grace for Drowning. Beiden kunnen zeer rustgevend zijn, maar op zijn tijd weten beiden met grof geweld deze sereniteit te doorbreken. Hoogtepunten op 5 zijn Butterfly Effect en Wise Enough, en op Grace for Drowning doen Remainder the Black Dog en Index het erg goed. Steven Wilsons album gaat met nipte voorsprong naar de overwinning toe, simpelweg omdat ik op 5 af en toe een nummer wilde overslaan, omdat ze nu eenmaal net niet interessant genoeg waren. Iets wat me op Grace for Drowning niet gebeurt.
6: The Flashbulb vs. The Kilimanjaro Darkjazz Ensemble
In de category jazz-geïnspireerde muziek vechten Love As A Dark Hallway van the Flashbulb en From The Stairwell van the Kilimanjaro Darkjazz Ensemble het uit. Uiteraard zijn de twee albums verre van gelijk. The Flashbulb is het opgefokte broertje van het relaxte en duistere Kilimanjaro Darkjazz Ensemble. Erg lastig om de keuze voor de beste van deze twee te onderbouwen buiten het feit dat ik From The Stairwell nu eenmaal vaker opzet, gewoonweg omdat deze zo ontspannend werkt dat alles en iedereen eventjes naar de tweede rank verschuift.
7: Machine Head vs. Evergrey
Voor het hardere beukwerk ben ik altijd blij dat er bands als Machine Head en Evergrey zijn. Deze twee bands zijn een van de select few die uit mijn metal-periode echt blijven plakken en waar ik ook graag nieuw werk van luister. Voor het hardere beukwerk, snoeiharde riffen en verdomd goede solo’s moet je bij Machine Head zijn, en voor ingenieuze gitaarpartijen, keyboardsolo’s en prachtvocals is Evergrey je band. Machine Heads Unto the Locust is weer een plaat zoals ik ze al tijden van Machine Head ben komen te verwachten. Een nummer is pas af als hij af is, overgangen bouwen kunnen ze als geen ander en een portie uitrazen op deze plaat voelt zoals het hoort. Hoogtepunten zijn het knallende I Am Hell en het melancholische Darkness Within. Ook Evergreys Glorious Collision weet weer te overtuigen: de zangpartijen zijn even mooi als ze ooit waren, en de gitaarriffs zorgen er voor dat mijn handen tintelend vragen om een omlaaggestemde gitaar. Winnaar is echter toch Machine Head. Maken zij een album, dan moet je van verdomd goeie huize komen wil je dat overtreffen.
8: Blue Daisy vs. Phaeleh
Zowel Blue Daisy als Phaeleh wisten mij dit jaar te overtuigen dat de duistere kant van de triphop en dubstep nog vol leven zit. Blue Daisy’s The Sunday Gift is een samenvatting van alles dat duister is, en Phaeleh’s The Cold In You wist mij sinds tijden weer eens een goede dubstep plaat aan het luisteren te krijgen. Phaeleh’s hoogtepunten zijn The Cold In You en Perilous, en voor Blue Daisy is vooral Firewall goud. Hoe erg ik de dubstep van Phaeleh ook kan waarderen, de duidelijke winnaar is Blue Daisy, die een album vol spannende geluiden voorschotelt, en mij echt doet hopen op meer.
9: Kodomo vs. Plaid
Altijd een risico, een grote naam als Plaid tegenover een relatieve nieuwkomer, Kodomo, zetten. Echter, Kodomo’s Frozen in Motion en Plaids Scintilli gaan uitstekend door één deur. Van het nieuwe werk van Plaid werd ik vooral euforisch, met nummers als Thank en AfricanWoods, met hier en daar een tikkeltje melancholie in de vorm van 35 Summers en TenderHooks. De opener van Frozen in Motion – Hajime sluit naadloos aan op Plaids werk, maar heeft toch een zeer eigen geluid. Persoonlijk hoogtepunt is het grandioze S Equals Zero, dat heel erg fijn in elkaar zit. Wederom gaat de meest verrassende plaat met de prijs aan de haal en dat is Kodomo. Technisch zitten beide platen goed in elkaar, dus de winst gaat naar het onverwachte van Kodomo. Download Kodomo – Frozen in Motion (mp3, 5.7 mb)
10: Laura Arkana met Peter Broderick vs. Spinvis
Dat deze twee platen tegenover elkaar staan zal niemand moeten verrassen. Beide platen zijn in het Nederlands en zowel Laura Arkana als Spinvis weet poëtisch erg te intrigeren. Laura Arkana kreeg hulp van Peter Broderick, die wat mij betreft geen enkele slechte plaat gemaakt heeft, en dat doet hij samen met Laura Arkana ook niet. Souvenirs en De Mooiste Tijd Van Het Jaar doen het bij mij erg goed. Spinvis’ nieuwe album is er één waar ik met veel verwachting op het gewacht. Zijn eerste album is tot op de dag van vandaag mijn meest gedraaide Nederlandstalige plaat. Na slechts een paar nummers was ik al verkocht, voornamelijk dankzij Club Insomnia. Hoe prachtig het album van Laura Arkana ook is, Spinvis’ poëtische teksten zijn niet te overtreffen, en hij gaat dan ook met de winst naar huis.