Tag archieven: top 10 van 2011

Top 10 van 2011 – Eclectro

Net als vorig jaar doen we in de eerste dagen van het nieuwe jaar een blik terug. Hoe verging het Eclectro afgelopen jaar? Wat is er allemaal veranderd in een jaar tijd? Zowel aan onze kant, als de kant van jullie, de Eclectro-bezoekers? Wat waren de hoogtepunten, en wat waren de meest gelezen onderwerpen? Sit back and enjoy Eclectro’s jaarlijst van leuke feitjes.

Ten eerste veranderde er dit jaar bij Eclectro veel. Inge stapte op als eindredacteur, en gaf het stokje over aan Roy. Daarnaast werd Eclectro in Oktober in een nieuw jasje gestoken. Dan de bezoekersaantallen; eigenlijk is daar ten opzichte van vorig jaar niet veel veranderd. Het aantal unieke bezoekers daalde licht (60.000 vs. 70.000), alsook het aantal bezoeken (110.000 vs. 130.000) en paginaviews (205.000 vs. 270.000). Net als vorig jaar is deze daling vooral te wijten aan het feit dat er minder mensen via willekeurige zoektermen binnenkomen. Het directe bezoek daalde heel lichtjes, maar binnenkomst via sociale media als Facebook en Twitter stijgt daarentegen nog steeds. Daarnaast zijn we erg blij dat bijna de helft van de bezoekers terug blijft komen!

En dan nu… tromgeroffel… De top 10 meest gelezen berichten van 2011:

Natuurlijk erg gaaf om te zien dat onze nieuwe serie ‘Eclectisch koken met…’ zo goed in smaak valt. Geniet van 2012, dan doen wij ons best om jullie ook dit jaar weer te voorzien van spannende nieuwe muziek, festivalbezoeken, concertreviews en nog meer leuks.

De Top 10 van 2011 – Triptan


Wat gaat die tijd hard. Ik hoor mezelf begin december nog denken ‘wat is Roy er snel bij dit jaar’, maar de maand vloog voorbij. Ik kwam terecht in de ruime State X/New Forms week en daarna was de Kerst er alweer. Net zoals vorig jaar voelde ik me niet echt weggeblazen. Toegegeven Niveau Zero wist live rake klappen uit te delen, maar zijn album komt uit 2010. Achja, Siva Six kwam dit jaar wel met een aardig album, maar als dat het dan nog aflegt tegen Hocico’s dertien uit een dozijn live cd na vergelijking kan ik er nog één afstrepen. Weinig duistere geluiden dus, maar wat blijft er dan over? Een shortlist van albums waar ik van genoten heb.
Nog even dit: je kan klikken op de artiesten voor de discogs link en de titel van het album voor preview opties.

Zomby – Dedication
Dit is de CLM van 2011 oftewel Compulsory Listening Material. Niet mijn absolute favoriet van de lijst, maar zeker een zeer fijne plaat. De redenatie laat ik achterwegen, die hebben we bij Eclectro wel gegeven. Als je toch nog iets van argumentatie wil lezen, sla eens terug wat anderen zeiden: Inge, Joost, Vincent, het internet en Inge nog een keer.

 

Lucy – Wordplay for Working Bees
Toen ik Lucy voor het eerst hoorde, wist ik niet zeker wat ik er mee aan moest. Was het techno? Of IDM? Het antwoord is simpel, het is beide. Luca Mortellaro brengt een zeer sterk debuutalbum door de genres met elkaar te verweven. Daar blijft het niet bij, want hij gebruikt eenzelfde bombast als Andy Stott, waardoor het geluid soms gitzwart en stroperig aandoet. Dit is geen makkelijk album. Een tweede en derde luisterbeurt worden noodzakelijk gesteld om de muziek te doorgronden, maar de tijd die je erin steekt is het waard.
http://www.youtube.com/watch?v=DoQnHF9C5Zc

 

SBTRKT – SBTRKT
Techno zit mij niet in het bloed, maar het was nu eenmaal een goed jaar en zonder dat ik het besefte maakte het vele uren. Als één van meest door mij beluisterde producers kon de Brit met Afrikaans masker dan ook niet onbreken. Naast een keur aan fijne beats geeft SBTRKT ook anderen de mogelijkheid om de show te stelen. Zo werpt de samenwerking met Little Dragon zijn vruchten af door in menig top 50 lijstje te verschijnen en mogen we Sampha zeker niet vergeten die met zijn warme soul stem de kwaliteit toevoegt waar je bijzit.

 

Cosmin TRG – Simulat
Vanaf het eerste moment dat ik Cosmin TRG’s Separat/Izolat hoorde, wilde ik meer. De diepe techno van Cosmin Nicolae kwam dan ook beetje bij beetje meer bovendrijven totdat Simulat werd gereleaset. De Roemeen heeft zijn style over dik driekwartier weten te smeren en de mix van (dub) techno en garage is dan ook om van te smullen.

 

Stendeck – Scintilla
Stendeck is onbetwist bij mij. Speelt bijna altijd, tenzij hij ernstig geblesseerd is, je snapt het wel. De Italiaan heeft al een aardige staat van dienst en weet met labelmaatjes Access to Arasaka en Autoclav1.1 vaak de juiste snaar te raken bij mij. Na de eerste vier releases was ik dan ook benieuwd of Zampieri mijn aandacht er weer bij kon houden. Dat is gelukt, waar Stendeck vroeger vooral vanuit de donkere kieren op de zolder zijn ritmes, geluiden en verhalen liet komen, is daar nu wat licht aan toegevoegd. Alsof de ochtendglorie ook Stendeck niet onberoerd heeft gelaten. Sinds de recensie in april is het album een metgezel voor de nacht geworden.

 

Swarms – Old Raves End
Na de doorbraak via wat piratenzenders en miss Hobbs werd het trio praktisch de studio in gepusht om een volwaardige release uit te brengen. Het resultaat is een debuutalbum op het label van Clubroot. Dan kan je het aanzien komen: ambient, dubstep en een vleugje onheilspellend, maar in dit geval klinkt dat ook nog verfrissend. Een nummer uitlichten vind ik niet makkelijk, alle elf plakken ze wat aan elkaar. Toch kan ik Flikr of ur Eyes als goede inkomer wel noemen, het slimme Chapel dat Halo van Beyonce samplet en Time Lapse dat zo nachtelijk aandoet dat je pertinent tot middernacht wacht om hem te draaien. Old Raves End is een plaat met gevoel, diepte en ritme.
http://www.youtube.com/watch?v=IlVIrQb7Vk4

 

Daarnaast heb ik ook nog een viertal EPs zodat het getal 10 toch bereikt wordt.

Andy Stott – We Stay Together
Op mijn schaduwblog duisterling. had ik hier al artikel aangewijd dus ik houd het kort: fanastisch bombastisch.
Luisteren: Bad Wires

Fairmont – Velora
Van hypnotiserend naar dwingend dan subtiel en eindigen met mengeling van de drie. Een Canadees om in de gaten te houden.
Luisteren: Velora

Holy Other – With U
Kwam dit jaar voor het eerst met een EP die langer duurt dan de rust bij Ajax en wist op Rewire met dit materiaal te boeien.
Luisteren: Touch

Hudson Mohawke – Satin Panthers
De Schot heeft dit jaar twee EPs uitgebracht, Satin Panthers was de betere.
Luisteren: Thunder Bay

Tot slot, aangezien het gewoonte begint te worden dat ik op de laatste dag post, een goede jaarwisseling toegewenst.

De Top 10 van 2011 – Vincent

Toen wij begin dit jaar de promo van Mike Dehnert’s Framework opgestuurd kregen, kon niemand bevroeden dat dit het startsein was van een heuse techno revival. Zowel jonge talenten (Perc, Cosmin TRG, Conforce, Steffi) als oude meesters (Ben Sims, Jeff Mills, Luke Slater’s Planetary Assault Systems, Robert Hood) kwamen met nieuw materiaal op de proppen dat bol stond van de kwaliteitstechno.

Hiertegenover staat echter een haast eindeloze stroom aan James Blake clonen en middelmatige UK garage en post-dubstep releases, die door gevallen held Scuba vakkundig wordt gebundeld in zijn mix voor de verder onvolprezen DJ-Kicks serie. Om droevig van te worden. Toch zaten hier ook enkele pareltjes tussen, al kostte het wat meer moeite om het kaf van het koren te scheiden.

Het levert het volgende jaarlijstje op, waarbij aangetekend moet worden dat ik geen absolute favoriet heb dit jaar. In willekeurige volgorde dus:

Cosmin TRG – Simulat (50 Weapons)
De bloggers van club Trouw schreven recent over de opkomst van de Roemenen in de tech scene. Bij het name droppen zagen ze één naam over het hoofd: die van Cosmin Nicolae. Onbegrijpelijk, want juist hij leverde een fris album vol futuristische techno en tech house af, waarmee hij vriend en vijand verbaasde. Zijn overstap van UK garage en dubstep naar de meer traditionele vierkwartsmaat heeft uitstekend uitgepakt.
Cosmin TRG – Simulat (Album Preview)

Zomby – Dedication (4AD)
Fijne gozer, die Zomby. Hij struint zelf het internet af om te kijken of er wel positief over zijn album wordt geschreven. Vervolgens beledigt hij de schrijver als hij het er niet mee eens is of, zoals bij ons het geval was, de taalbarrière een te groot obstakel vormde. Hij is behoorlijk vol van zichzelf, maar hij levert wel. Eclectro’s album van het jaar krijgt ook van mij een dikke thumbs up.
Zomby – Natalia’s Song

Sandwell District – Feed-Forward (Sandwell District)
Retro-techno voor de rechtgeaarde techno-fan, dit collectief van producers neemt je met hun debuutalbum mee naar de hoogtijdagen van het genre en steekt de oldskool sound in een dikke, nieuwe jas, die ook nog eens perfect zit.
Sandwell District – Cursed Mix

Feist – Metals (Polydor)
Leslie Feist levert met Metals een plaat af die donkerder en melancholischer maar ook minder poppy klinkt als haar voorganger The Reminder. Het zal dit keer ongetwijfeld een minder groot publiek aanspreken, maar dat neemt niet weg dat Metals een prachtplaat is boordevol kippenvelmomenten en flashbacks naar wijlen Janis Joplin.
Feist – How Come You Never Go There

Dominik Eulberg – Diorama (Traum Schallplatten)
Langspeler nummer vier alweer voor boswachter Eulberg en zijn beste tot nu toe. Melodieuze minimal techno met sfeervolle IDM invloeden, die zowel op de dansvloer als over de oordoppen prima werkt.
Dominik Eulberg – Der Tanz Der Gluehwuermchen

Jamie Woon – Mirrorwriting (Polydor)
De samenwerking tussen Woon en Burial met Wayfaring Stranger kreeg een succesvol vervolg op Woon’s debuutalbum Mirrorwriting. Pakkende R&B tunes met een dikke laag dubstep, waarmee deze jonge Londenaar en passant ook het grote publiek wist te bereiken.
Jamie Woon – Spiral

Robert Hood – Omega: Alive (M-Plant)
Ook grootmeester Robert Hood deed van zich spreken in 2011 met dit live album dat geen live album is, maar een studio edit van zijn live sets. Het resultaat: een duizelingwekkende, adrenaline opwekkende trip van één van de grote namen uit de Detroit scene. Als de apocalyps volgend jaar toeslaat, levert Hood de soundtrack.
Robert Hood – Bells At Dusk

Radiohead – The King Of Limbs (XL Recordings)
Radiohead is al lang geen echte indie rock band meer en met The King Of Limbs lijken de heren definitief voor het electronische pad gekozen te hebben. Beïnvloedt door artiesten als Burial, Four Tet en Flying Lotus, waarmee frontman Yorke regelmatig samenwerkt, levert de band wederom een experimenteel en grensverleggend album van grote klasse af.
Radiohead – Lotus Flower

Sepalcure – Sepalcure (Hotflush Recordings)
Niet veel post dubstep slash UK garage releases konden mij dit jaar bekoren, maar Sepalcure’s debuutalbum was een welkome uitzondering. Praveen Sharma en Travis Stewart brachten de broodnodige diepgang in een genre dat gedomineerd lijkt te worden door platte releases van meeliftende producers.
Sepalcure – See Me Feel Me

Mike Dehnert – Framework (Delsin)
Was het Dehnert die dit jaar een doodgewaand genre nieuw leven inblies? Insiders zullen wellicht beweren van niet, maar Framework maakte wel duidelijk dat de techno-revival een feit was. Dehnert’s debuutalbum staat vol met op de dansvloer gerichte techno, maar kent genoeg variatie om ook een album lang te blijven boeien. Vakwerk.
Mike Dehnert – Palindrom

De top 10 van 2011 – Inge

Een huwelijk rijker, een hoofdredacteurschap armer: 2011 was het jaar waarin ik Eclectro verruilde voor een ring. Ondertussen werd ik beste vrienden met Spotify, download ik alleen als het echt niet anders kan, zwoer ik de aankoop van cd’s af, en heb ik bijna niets meer met puur op de dansvloer gerichte elektronica. Oftewel: ik word oud. De soundtrack daarvan vind je hieronder*, terwijl de uitgebreide variant op Spotify staat.

Dubstep  / Bass

Zomby – Dedication (4AD)

Het is lang geleden dat een elektronica-album zoveel moois liet horen. Deden we aan sterren, dan kreeg Zomby de Melkweg. (lees verder op Eclectro)

Sepalcure – Sepalcure (Hotflush)

Ik geef het niet graag toe, maar deze langspeler (denk dubstep meets garage meets 2-step meets uk funky) ken ik via Pitchfork. Nog minder graag geef ik toe dat Pitchfork gelijk heeft. Als je, net als ik, na tientallen middelmatige dubstepalbums verzadigd raakt, dan is Sepalcure de reden waarom je toch weer blij, gelukkig, euforisch en optimistisch over het genre wordt.

IDM / Ambient

Semiomime – From Memory (Ad Noiseam)

Luisteren naar From Memory voelt alsof je in een soort bizarre parallelle wereld zit waar alles anders is. Je herkent geluiden en composities, maar de relaties lijken allemaal anders te liggen dan je ze gewend bent. Als Inception een cd was, dan was het deze. (lees verder op Eclectro)

Jacaszek – Glimmer (Ghostly International)

Ik dacht officieel ambientmoe te zijn. Dat eeuwige gezeur met immer uitdijende soundscapes, rijstschalen met reverb en Ableton-Asperger, ik had het wel gehoord. Totdat ik Jacaszek dit jaar live zag tijdens [F]luister en zijn nieuwe album Glimmer opzette. Compacte soundscapes vol slimme melodieën, klassieke invloeden, toffe omgevingsgeluiden en voldoende snelheid om mij erbij te houden en blij te maken.

Broken beats / Triphop

The Cinematic Orchestra – Late Night Tales (Night Time Stories)

Die Late Night Tales-verzamelserie is een zegen op zich, en de selectie die The Cinematic Orchestra maakte slaat echt alles. Keihard alle 17 goed. (jammer dat-ie uit 2010 komt – red)

Jono McCleery – There Is (Ninja Tunes)

Ik weet eigenlijk al niet eens meer zeker of Fink dit jaar nou wél of níet een nieuw album had uitgebracht. Dat doet er ook niet toe, want hij is op drastische wijze aan de kant geschoven door Jono McCleery, zijn voormalige voorprogramma en labelgenoot op Ninja Tunes. There Is is een plaat die je partner, schoonouders én trancebroertje gegarandeerd tof vinden, simpelweg omdat deze zo goed is.

Hiphop

The Roots – Undun (Def Jam)

Hiphop voor witte, hoogopgeleide mannen die soms ook weleens vanuit hun heupen over een schimmige winkelstraat willen lopen en plachten te mijmeren over het leven in een zwarte achterstandswijk, om vervolgens weer snel voor €4 een espresso (op basis van duurzaam geteelde koffiebonen uit Guatemala) in de lokale koffiebar (naast die leuke boetiek, schuin tegenover zo’n nieuwe woontoren) te scoren, alwaar ditzelfde album gelukkig ook weer op staat. Dat gezegd hebbende: wat een wereldplaat.

Ghostpoet – Peanut Butter Blues and Melancholy Jam (Brownswood)

Prijs mij iets aan als ‘melancholische, melodieuze hiphop uit de achterbuurten van Londen’, en ik ben direct geïnteresseerd. Ik niet alleen trouwens, want Ghostpoet was ook genomineerd voor een Mercury Prize. Dat was niet zonder reden, want Peanut Butter Blues and Melancholy Jam is zowel vernieuwend als solide in zijn hybride van elektronische melodieën, toffe beats en slaperige raps.

http://www.youtube.com/watch?v=hAbcKlF5Sv8

Pop

Jamie Woon – Mirrorwriting (Polydor)

Vergis je niet: Woon biedt geen plastic loungemuzak, maar slim gecomponeerde en georkestreerde emotie, gestoeld op een amalgaam van stijlen. Dat maakt van Jamie Woon misschien wel de Michael Jackson van de elektronische muziek. (lees verder op KindaMuzik)

Washed Out – Within and Without (Sub Pop)

Boards Of Canada meets Beach House, zeg maar. Op de koptelefoon klinkt het als plastic, maar op normale speakers werkt Within and Without prachtig. Daarnaast is het een prima reden om seks te hebben.

Rock

Radiohead – The King of Limbs (XL)

Apple en Radiohead. Oh, wat haat ik die twee. Niet omdat het slechte instituten zijn (verre van!), maar vooral omdat de fans ervan zulke doorgeslagen Zeloten en extremisten zijn dat ik er alles aan doe om maar niet tot die subcultuur te hoeven behoren. En ondanks al die afkeer, haat en weerstand vind ik The King of Limbs een erg goed album. Zo goed is dit nieuwe werk van Thom Yorke en consorten dus, waarop en passant ook nog eens keihard geflirt wordt met Burial.

http://www.youtube.com/watch?v=NfuXyRFMV4Y

Battles – Gloss Drop (Warp)

Spanning en sensatie in het muzikale gekkenhuis. De ritmes zijn onnavolgbaar, de geluiden oorstrelend, en de melodieën superslim gevonden. Battles staat bovenaan mijn lijst bands die ik live wil gaan zien, en dat vanwege Gloss Drop.

http://www.youtube.com/watch?v=3FsvMyQeC-Q&ob=av2e

Metal

Fair To Midland – Arrows & Anchors (Season of Mist)

Ik ben heel dit jaar nog niemand tegengekomen die mijn liefde voor dit album deelt, dus vermoedelijk wordt dit de doodsteek voor mijn credibility. Dat gevaar loop ik met liefde, want Arrows & Anchors combineert de agressie en puntigheid van At The Drive-In met de melodieën en variaties van Opeth. ‘Whiskey & Ritalin’ is daarbij misschien wel de single van het jaar. Tel uit je winst.

http://www.youtube.com/watch?v=zBVobPVXK3A

Ghost Brigade – Until Fear No Longer Defines Us (Season of Mist)

De obligate metalplaat van het jaar, gewoontegetrouw uit het Hoge Noorden en in de hoek van de melodieuze death- en doommetal à la Amorphis. Voorganger Isolation Songs was puntiger en had meer impact, maar opvolger Until Fear No Longer Defines Us weet in ieder geval veel energie, melodie en variatie te bieden in een verder bijzonder dor en voorspelbaar metallandschap.

* Ja, het zijn er 4 te veel. Dat privilege heb ik uit de onderhandelingen over mijn vertrek als hoofdredacteur weten te slepen.

Top 10 van 2011 – Roy


Ja, daar zijn we weer! De prachttijd van sinterklaasgedichten, overheerlijke kerstdiners, vuurwerk en bovenal eindejaarslijstjes is aangebroken. Elk jaar is het weer een lastige afweging hoe ik mijn favo-platen van het jaar in een overzichtelijke top 10 ga gooien. Omdat ik, na het terugbrengen van longlist naar shortlist naar shorterlist nog veel te veel leuke platen overhield, heb ik besloten het eens anders te doen. Dit jaar krijg je van mij 10 paren aan platen, die onderling of erg vergelijkbaar waren, discussies opriepen, voor mij een vergelijkbare betekenis hadden of nou eenmaal een makkelijke gemene deler hadden. Vervolgens probeer ik per paar toe te lichten welke plaat ik het best, spannendst of meest verrassend vond! De paren onderling staan overigens in willekeurige volgorde.

1: Apparat vs. Floex
Apparat kwam dit jaar met de opvolger van het album Walls uit 2007; The Devil’s Walk. Eerder schreef ik al een lovende recensie over dit album, en persoonlijk bevalt de langzame switch van de dansvloer naar de meer band-georiënteerde nummers mij er goed. Kort na de release van The Devil’s Walk werd ik gewezen op het nieuwe album van Floex; Zorya. Floex, pseudoniem van Tomáš Dvořák, kende ik al van zijn werk voor het spel Machinarium, wat mij erg goed beviel. Op Zorya laat Floex horen dat complexe structuren en rijke instrumentaties erg licht verteerbaar gemaakt kunnen worden. Hoewel Apparat met nummers als Song of Los, Goodbye en Ash / Black Veil een steengoed album heeft neergezet, gaat de overwinning met minimale voorsprong naar Floex, voornamelijk om de verrassings-factor die deze plaat voor mij had.

2: Jamie Woon vs. James Blake
In het land der elektronica zijn op de albums van de heren Blake en Woon jarenlang met veel smart gewacht. Beide platen zijn met veel lof (en hier en daar toch ook een wat minder enthousiaste kanttekening) ontvangen, en me dunkt dat de heren beiden goed in de race staan voor Eclectro’s dancetrack van het jaar verkiezing. De keuze om deze twee platen onder dezelfde kop te schouwen is dan ook voornamelijk om bovenstaande, niet zo zeer dat de platen erg vergelijkbaar zouden zijn. Hoewel het album van James Blake een aantal zeer sterke nummers bevat zoals Unluck en I Never Learnt to Share, voelt het album een stuk minder aan als een complete plaat dan Jamie Woons Mirrorwriting. De cover Limit to Your Love, hoe goed hij het ook doet, begint na een aantal keer toch te vervelen, iets dat me bij de plaat van Jamie Woon nog moet gebeuren. De gehele plaat Mirrorwriting passeert bij mij nog wekelijks de revue en gaat met de hoogtepunten Night Air, Lady Luck en Gravity dan ook met de hoofdprijs naar huis.


3: Black Stone Cherry vs. Seether

We springen even van de hak op de tak met de overgang naar deze twee bands. Zowel Black Stone Cherry en Seether deden het dit jaar goed in de categorie Hard Rock / Southern Rock. Niet alleen dat deelde ze, ook qua keuze van albumtitel deden ze het net even anders. Zo behoren Black Stone Cherrys Between The Devil and The Deep Blue Sea en Seethers Holding Onto Strings Better Left To Fray tot de langste namen in dit lijstje (slechts overtroffen door Sleepingdog een eindje verderop in dit verhaal). Beide bands hadden een gruwel van een single op de plaat staan, White Trash Millionaire (Black Stone Cherry) en Country Song (Seether), echter doet Black Stone Cherry er een schepje bovenop door een plaat te maken die van voor tot achter knalt. Met persoonlijke favorieten Such A Shame, Like I Roll en Change, mag Black Stone Cherry de prijs voor beste hardrock plaat van 2011 in ontvangst nemen. De notable mention gaat naar Salivas Under Your Skin.
http://www.youtube.com/watch?v=lSEovw5-bbU&ob=av2e


4: Puzzle Muteson vs. Sleepingdog

Sleepingdog is al een aantal jaren een artiest die op de luie zondagavond de cd-speler in gaat. Haar album Polar Life uit 2008 doet het nog steeds erg goed, en ik was dan ook aangenaam verrast toen ik tegen de opvolger aanliep. Ook With Our Heads in the Clouds and Our Hearts in the Fields (die krijgt sowieso de prijs in de categorie ‘mag het ietsje meer zijn?’) verwacht ik vaak terug te vinden op de platenspeler als de slaap nadert. Puzzle Muteson leerde ik kennen toen we met Eclectro aanwezig waren op het Urban Explorers festival in Dordrecht dit jaar. Niet alleen is hij een groot feestbeest en was hij op elk concert te vinden het hele weekend, mooie muziek maken kan hij ook. Gewapend met een akoestische gitaar en een prachtstem wist hij samen met het Lunapark Ensemble erg indruk op mij te maken. Hoewel zijn plaat En Garde vol staat met prachtliedjes, waaronder I Was Once a Horse, En Garde en Medusa verwacht ik de plaat van Sleepingdog net iets vaker terug te gaan horen, al is het verschil zeer klein.


5: Lamb vs. Steven Wilson

Wellicht is deze combinatie van platen een vreemde eend in de bijt. Met 5  doorbrak Lamb een radiostilte van acht jaar, en wist meteen weer te overtuigen met een album vol heerlijke triphop, mooie vocale partijen en af en toe flink de beuk er in. Juist hierom heb ik deze plaat gekoppeld aan het nieuwe album van Steven Wilson; Grace for Drowning. Beiden kunnen zeer rustgevend zijn, maar op zijn tijd weten beiden met grof geweld deze  sereniteit te doorbreken. Hoogtepunten op 5 zijn Butterfly Effect en Wise Enough, en op Grace for Drowning doen Remainder the Black Dog en Index het erg goed. Steven Wilsons album gaat met nipte voorsprong naar de overwinning toe, simpelweg omdat ik op 5 af en toe een nummer wilde overslaan, omdat ze nu eenmaal net niet interessant genoeg waren. Iets wat me op Grace for Drowning niet gebeurt.


6: The Flashbulb vs. The Kilimanjaro Darkjazz Ensemble

In de category jazz-geïnspireerde muziek vechten Love As A Dark Hallway van the Flashbulb en From The Stairwell van the Kilimanjaro Darkjazz Ensemble het uit. Uiteraard zijn de twee albums verre van gelijk. The Flashbulb is het opgefokte broertje van het relaxte en duistere Kilimanjaro Darkjazz Ensemble. Erg lastig om de keuze voor de beste van deze twee te onderbouwen buiten het feit dat ik From The Stairwell nu eenmaal vaker opzet, gewoonweg omdat deze zo ontspannend werkt dat alles en iedereen eventjes naar de tweede rank verschuift.


7: Machine Head vs. Evergrey

Voor het hardere beukwerk ben ik altijd blij dat er bands als Machine Head en Evergrey zijn. Deze twee bands zijn een van de select few die uit mijn metal-periode echt blijven plakken en waar ik ook graag nieuw werk van luister. Voor het hardere beukwerk, snoeiharde riffen en verdomd goede solo’s moet je bij Machine Head zijn, en voor ingenieuze gitaarpartijen, keyboardsolo’s en prachtvocals is Evergrey je band. Machine Heads Unto the Locust is weer een plaat zoals ik ze al tijden van Machine Head ben komen te verwachten. Een nummer is pas af als hij af is, overgangen bouwen kunnen ze als geen ander en een portie uitrazen op deze plaat voelt zoals het hoort. Hoogtepunten zijn het knallende I Am Hell en het melancholische Darkness Within. Ook Evergreys Glorious Collision weet weer te overtuigen: de zangpartijen zijn even mooi als ze ooit waren, en de gitaarriffs zorgen er voor dat mijn handen tintelend vragen om een omlaaggestemde gitaar. Winnaar is echter toch Machine Head. Maken zij een album, dan moet je van verdomd goeie huize komen wil je dat overtreffen.


8: Blue Daisy vs. Phaeleh

Zowel Blue Daisy als Phaeleh wisten mij dit jaar te overtuigen dat de duistere kant van de triphop en dubstep nog vol leven zit. Blue Daisy’s The Sunday Gift is een samenvatting van alles dat duister is, en Phaeleh’s The Cold In You wist mij sinds tijden weer eens een goede dubstep plaat aan het luisteren te krijgen. Phaeleh’s hoogtepunten zijn The Cold In You en Perilous, en voor Blue Daisy is vooral Firewall goud. Hoe erg ik de dubstep van Phaeleh ook kan waarderen, de duidelijke winnaar is Blue Daisy, die een album vol spannende geluiden voorschotelt, en mij echt doet hopen op meer.


9: Kodomo vs. Plaid

Altijd een risico, een grote naam als Plaid tegenover een relatieve nieuwkomer, Kodomo, zetten. Echter, Kodomo’s Frozen in Motion en Plaids Scintilli gaan uitstekend door één deur. Van het nieuwe werk van Plaid werd ik vooral euforisch, met nummers als Thank en African Woods, met hier en daar een tikkeltje melancholie in de vorm van 35 Summers en Tender Hooks. De opener van Frozen in Motion – Hajime sluit naadloos aan op Plaids werk, maar heeft toch een zeer eigen geluid. Persoonlijk hoogtepunt is het grandioze S Equals Zero, dat heel erg fijn in elkaar zit. Wederom gaat de meest verrassende plaat met de prijs aan de haal en dat is Kodomo. Technisch zitten beide platen goed in elkaar, dus de winst gaat naar het onverwachte van Kodomo.
Download Kodomo – Frozen in Motion (mp3, 5.7 mb)

10: Laura Arkana met Peter Broderick vs. Spinvis
Dat deze twee platen tegenover elkaar staan zal niemand moeten verrassen. Beide platen zijn in het Nederlands en zowel Laura Arkana als Spinvis weet poëtisch erg te intrigeren. Laura Arkana kreeg hulp van Peter Broderick, die wat mij betreft geen enkele slechte plaat gemaakt heeft, en dat doet hij samen met Laura Arkana ook niet. Souvenirs en De Mooiste Tijd Van Het Jaar doen het bij mij erg goed. Spinvis’ nieuwe album is er één waar ik met veel verwachting op het gewacht. Zijn eerste album is tot op de dag van vandaag mijn meest gedraaide Nederlandstalige plaat. Na slechts een paar nummers was ik al verkocht, voornamelijk dankzij Club Insomnia. Hoe prachtig het album van Laura Arkana ook is, Spinvis’ poëtische teksten zijn niet te overtreffen, en hij gaat dan ook met de winst naar huis.