Auteursarchief: Sandra de Haan

Experimenteel duo High Places verrast met dansbare beats

Dit duo uit Brooklyn NY (nu verhuisd naar Los Angeles) heeft een opmerkelijke derde plaat gemaakt. Opmerkelijk omdat Original Colors veel toegankelijker is dan eerder werk. De multi-instrumentalist Rob Barber en zangeres Mary Pearson knutselden thuis in 2008 met complexe experimentele ritmes, rare geluiden en potten en pannen hun titelloze debuut in elkaar. Het resultaat was luchtig, speels en een beetje wereldvreemd. High Places leek gedoemd voor altijd in de marge te blijven. Twee avontuurlijke muzikanten met een kunstachtergrond en een berg electronica en microfoons, zoals er zoveel zijn, maar wel talentvol genoeg om door het gerenommeerde Thrill Jockey-label opgepikt te worden. De opvolger High Places vs. Mankind (2010) klonk massiever, serieuzer en vrij moeilijk. De beats waren zelden of nooit dansbaar en Pearson’s nonchalante vocalen vaak wat veel van hetzelfde. Zouden Barber en Pearson op hun derde plaat muzikaal zo high worden dat ze geheel uit het zicht zouden gaan raken? Gelukkig is deze vrees opgegrond gebleken. High Places heeft in één klap het roer omgegooid.

De dromerige huiskamersfeer is wel gebleven, met name door Pearson’s laid back manier van zingen, maar de beats op Original Colors zullen zeker een groter publiek aanspreken. De plaat zit namelijk vol drum ’n bass, techno en pop-invloeden. Iets van de warmte van hun eerdere werk is ingeleverd, maar daar is veel moois voor in de plaats gekomen. Opener Year Off  is meteen het beste nummer, maar ook daarna blijft het genieten. De vocalen zijn nog steeds wat slaperig met veel galm, maar omdat het tempo hier hoger ligt en de composities minder weird zijn, kan deze plaat best wel eens een doorbraak op gaan leveren. Original Colors is geschikt voor zowel huiskamer als draaitafel in de hippere club. Nieuwsgierig? Luister een selectie clipjes van het hele album in de SoundCloud.

Blithe Field en de charme van het imperfecte geluid

Blithe Field is het eenmansproject van Spencer Radcliffe uit Athens, Ohio. Deze negentienjarige thuisknutselaar maakt collagemuziek met een akoestische gitaar, een aftandse piano, lome beats en field recordings, waaronder veel samples van stemmen. De meeste tracks op zijn nieuwe plaat Two Hearted klinken stoffig, vol ruisen en tikken. De piano en gitaar lijken regelmatig op een 40 jaar oude beschimmelde cassetterecorder opgenomen te zijn. Dat heeft natuurlijk weinig met onkunde of gebrek aan budget te maken. Computers hebben het perfecte geluid immers alang voor iedereen binnen handbereik gebracht. Laptopje kopen, de juiste software installeren en gaan. Een tiener kan de was doen. Inmiddels is het perfecte geluid nastreven voor veel artiesten allang niet meer interessant. Imperfecte geluiden zijn vaak veel mooier. Net als Boards Of Canada heeft ook Radcliffe van dit soort opnames een sfeervol stijlmiddel gemaakt.

Two Hearted heeft daarmee de sfeer van een vergeeld fotoalbum gekregen, waarbij het prettig wegdromen is. De manier waarop de akoestische gitaar digitaal verhakseld is doet soms aan Dntel denken, vooral in Go Japan. In You Are Here komt er een quote langs van een medidatietape: “Relax and let go.” Quotes van dergelijke tapes hebben The Books op The Way Out al uitgebreid gebruikt. De combinatie van ‘found footage’ uit de oude doos, piano en electronica doen ook wel wat denken aan het Britse duo Grass Cut. Nieuw is het allemaal niet, maar het is anno 2011 ook zo goed als onmogelijk iets volledig unieks te maken in dit genre, dus gaan we daar niet over zeuren. Als Radcliffe al op zijn negentiende zo’n plaat kan maken belooft dat absoluut wat voor de toekomst. Tijd genoeg om zijn persoonlijke sound verder te ontwikkelen. De dertien rustig doorkabbelende composities zijn af en toe een beetje muzak, maar wel talentvolle muzak. En meer hoeft een plaat soms ook niet te zijn, een fijne warme geluidsdeken. Op zijn Soundcloud pagina zijn tien nummers te horen.

Robag Wruhme maakte met Thora Vukk de ideale huiskamertechno.

Waarom de artiestennaam Robag Wruhme aannemen als je Gabor Schablitzki heet? Ook zonder omgedraaide voornaam klinkt dat al behoorlijk enigmatisch. Wer ist der Robag? Robag Wruhme was de helft van het duo Wighnomy Brothers. Deze dj’s waren erg succesvol in het Duitse clubcircuit tot ieder zijns weegs ging. Thora Vukk kwam afgelopen lente al uit, maar is te mooi om hier onbesproken te laten wegens wat laat ontdekt. Wruhme’s club-achtergrond is op zijn tweede solo-cd nog goed te horen. Uptempo techno is ruim aanwezig, maar wel veel minder dwingend dan op zijn vorige plaat. De opzwepende stukken worden namelijk afgewisseld met akoestische intermezzo’s en experimentele ambientpassages.

Thora Vukk is jazzy, intiem en soms dromerig. Dat maakt deze plaat zeer geschikt voor de huiskamer. De korte ambient-bruggetjes die de lange tracks verbinden heten simpelweg Brücke eins tot en met fünf. Dat betekent niet dat de ‘koude’ beats en ‘warme’ instrumenten als aparte blokjes achter elkaar geplakt zijn. Digitale en akoestische elementen worden door de hele plaat heen gecombineerd tot een aangenaam geheel waarbij het goed op de bank hangen is. Zo hoor je onder andere een electrische Rhodes piano, field recordings, fietsbellen, violen, opnames van pratende mensen en een enkele zanglijn. De plaat zit vol fijne details, zoals tussen de beats door geweven geklop op een deur. Fans van Nicolas Jaar en Pantha du Prince zouden dit echt even moeten proberen. Alle tracks zijn te horen in de SoundCloud via Pampa Records. Beluister eens het technonummer Bommsen Böff, gevolgd door de schijnbaar geïmproviseerde piano-afsluiter Ende om beide uiteinden van het spectrum te horen. Deze plaat gaat het zeker halen tot mijn top 5 van 2011.

Experimentele grooves, rap & zwarte humor van Shabazz Palaces

De avant-rap-act Shabazz Palaces uit Seattle is het vehikel van Ishmael Butler, die eerder actief was in Digable Planets en Cherrywine. In 2009 oogstte hij lovende kritieken met enkele ep’s vol experimentele rap. Of Light And Shabazz Palaces leverde hem zelfs een deal op met het alternatieve rocklabel Sub Pop. Dat geeft al aan dat we niet met een doorsnee rapper te maken hebben. Sterker nog: Butler is geen rapper, maar een experimentele electrocomponist die ook rapt. Bepaald geen klein verschil. Met Black Up laat hij wederom zijn talent en avontuurlijke inslag zien. Binnen het rap- en hiphopgenre is net als binnen de elektronische muziek een groeiend aantal variaties ontstaan. Zo valt er ook voor mensen die niet zo van een eindeloze woordenstroom over een drum-en-baslijn houden inmiddels aardig wat te halen in de crossovergebieden, waar rap gemixt wordt met rock, pop, soul of elektronica.

Zo speelde de ietwat vergelijkbare rapper Doseone zich al in de kijker met de experimentele hip hopgroep Themselves. Ook het muzikaal erg interessante Shabazz Palaces beweegt zich in dit crossovergebied. Butlers gruizige lage stem en wacky elektronica doen in het eerste nummer vermoeden dat je met een kloon van Tricky van doen hebt. Mis! Hij blijkt al snel een heel eigen gezicht te hebben. De teksten zijn nog leuk ook. Geen gepronk met bitches ‘n’ ho’s en vette auto’s. Wel speelse kritische noten richting ‘corny niggers’. Black Up is een waar luisterfeestje, met een plots opduikende heerlijk jazzy zangeres of duimpiano. De plaat is een aanrader voor fans van Prefuse 73, maar met slechts 26 minuten wel aan de korte kant. Goody, wat smaakt dit naar meer! Op de vpro-luisterpaal is de plaat nu te horen.

Biosphere – N-Plants

Vijf jaar na de veelgeprezen ambientplaat Dropsonde verrast de Noor Geir Jenssen met kraakheldere beats. N-Plants is uptempo, melodisch en daarmee een wat toegankelijker album dan Dropsonde. De eenzaamheid straalt nog altijd van zijn muziek af, maar wel op een andere manier. Verstilling heeft plaats gemaakt voor een repetitieve, nogal Duitse sound.

Hadden beats op het met dromerige klanktapijten gevulde Dropsonde sporadisch een rol op de achtergrond, op N-Plants spelen onvermoeibaar doorpulserende ritmes en synths een hoofdrol. De industriële sfeer roept een vergelijking met To Rococo Rot regelmatig op. Dit had saai uit kunnen pakken, maar het tegendeel is het geval. Wat een schoonheid! De fijnzinnige gelaagdheid waarmee Jenssen beats, synths en ruisgolven in verschillend tempo langs elkaar heen laat lopen levert een erg smaakvol geheel op. Contrasten tussen wollige synths in de verte en puntige ritmes op de voorgrond geven een sfeervol ruimtelijk effect. Is dit nog wel te volgen?

Schrijven over abstracte soundscapes is vaak net roeien zonder peddels. Geluid laat zich maar moeilijk vastpinnen met woorden. De componist en zijn motivatie om een plaat te maken lijken soms een bruikbaarder aanknopingspunt. Jenssen reikt met het thema Japanse kerntechnologie de recensent peddels aan die ongetwijfeld door het legertje muziekbloggers gretig aangegrepen zullen worden. Het drama van de misschien wel grootste kernramp in de geschiedenis, wat wil je nog meer? Maar pas op: voordat je het weet laat je je verleiden tot voor de hand liggende analogieën die leuk klinken (natuurkrachten, fabrieken en geigertellers), maar waar de lezer niets wijzer van wordt. (Zet gewoon die plaat op, mensen!) Wie wil er nóg een tekst lezen waarin een bepaald genre Scandinavische muziek wordt vergeleken met ijzige windvlagen door mistige Fjorden? Ik in ieder geval niet.

Blijft dat Biosphere met deze erg geslaagde plaat waarschijnlijk nog meer lof zal oogsten dan met Dropsonde. Wat de Japanse zinnetjes in Monju 1 en Fujiko betekenen? Geen idee, maar eenmaal ondergedompeld in deze prachtige futuristische klankwereld heb je geen betekenis nodig om te kunnen genieten van N-Plants. Bij preorder via Touchmusic krijgt u er nog de bonustrack Oma bij. Het prachtige artwork is reden genoeg voor aanschaf van een fysiek schijfje. N-Plants is nu volledig te horen op de vpro-luisterpaal.

Recensie: Barbara Panthers debuut

Barbara Panther werd geboren in Rwanda, groeide op in Brussel en woont nu in Berlijn, wereldhoofdstad van de electronische muziek. Daar heeft ze zo te horen haar draai gevonden. Haar titelloze debuutplaat is voor een groot deel erg sterk.

Ze kan met een grote naam als Matthew Herbert achter de knoppen ook meteen op warme belangstelling rekenen van electrofans. Hij werkte eerder samen met Róisín Murphy, Björk, R.E.M, Cornelius en Yoko Ono. Het is goed mogelijk dat hij van haar expressieve stem gecharmeerd was omdat die hier en daar wel erg doet denken aan diezelfde Björk.

De lekker pittige electrobeats passen goed bij haar brutale uitstraling. Haar stem is niet eens echt mooi, maar dat wordt gecompenseerd door haar tomeloze energie. Die maken de hier en daar wat onvolwassen rijmpjes grotendeels goed. Het repeterende refrein “Move over to the other side, move over, make it real” is nogal flauw. Daar valt nog wat te winnen.

Barbara Panther is een dame met attitude, even dol op make up, gekke outfits en theatrale kapsels als Grace Jones. Dit komt natuurlijk het beste over op het podium en in de video’s. Empire is als single een vreemde keuze: het is zeker niet het beste nummer. De tien tracks zijn helaas wel wisselvallig van kwaliteit, zowel qua tekst als composities. De plaat is gelukkig wel fijn gevarieerd van sfeer en stijl met makkelijk in het gehoor liggende dansnummers tot behoorlijk experimentele noisy tracks. Leuk: er komt zelfs een nummer met trekharmonica langs.

Fans van Fever Ray kunnen hier vast wel wat mee. Als la Panther zich niet te veel spiegelt aan de kinderlijke maniertjes van Björk (tegen het valse aan), kan deze Afrikaanse diva het nog best eens ver gaan schoppen.

Het hele album is via SoundCloud te beluisteren. Hieronder de video van het nummer Moonlightpeople:

Alleseter Jason Forrest komt met nieuwe mash-up hit

Jason Forrest maakt al een jaar of tien digitaal vuurwerk. Onder de naam Donna Summer mixte hij rock-n-roll met noisy breakcore en ontwikkelde daarmee een zeer herkenbare eigen stijl. Zo verwerkte hij samples van onder andere Slayer, Steely Dan, Supertramp,Talking Heads, Elton John en The Cure in zijn vrolijke mash-up-tracks. Stuiterend over het podium weet de mollige Amerikaan als geen ander hoe een laptopconcert ook tot een visueel spektakel te maken. Op zijn nieuwe cd The Everything komt zijn componeerplezier gelukkig ook goed over.

We hebben zes jaar op deze prachtplaat moeten wachten. Hij heeft er vast niet non-stop aan gewerkt in z’n Berlijnse studio: zijn label Cock Rock Disco zal ook veel tijd in beslag hebben genomen. De plaat klinkt wat minder chaotisch en fragmentarisch dan eerder werk. Minder breakcore, een opener geluid en het tempo is in veel nummers naar beneden geschroefd. Dit alles zorgt voor een toegankelijker geheel dan we van hem gewend waren. Toegankelijk, maar niet glad en altijd spannend. De kitchy synths en vette gitaren maken het een herkenbare Forrest. En een erg goede ook.

Het funky eerste nummer New Religion is meteen een topper. Wanneer hoor je ooit een tuba in breakcore? Bij Forrest dus. Liefhebbers van de quiz ‘herken de popsongsample’ hebben pech: ondergetekende heeft er niet één gespot (of niet goed opgelet?). Zang is zoals gewoonlijk zo goed als afwezig en wordt geen moment gemist. Want wat is er weer veel te beleven op zijn elfde plaat! Ook digitale saxofoons zet hij in. Hij doet daarmee denken aan zijn Londense collega-laptopartiest Simon Bookish. The Equisite organ eindigt met een subtiele toetsenpartij, gevolgd door de heerlijke uptempo stuiterballentrack Roger Dean Landscape. Isolation, Too is met bijna alleen piano een atypische afsluiter, die bijna naar Aphex Twin neigt. The Everything is springerig, vol verrassende wendingen, enorm gevarieerd en soms ook grappig. Fans van Prefuse 73 zal deze plaat zeker bevallen. Er staat geen enkele minder nummer op: alle elf steengoed.

Jason Forrest – New Religion by Jason Forrest